Spelregels Bridge
Bieden, 13 slagen spelen en weten wat je contract waard is
Door Redactie Spelregelwijzer · gecontroleerd op 13 oktober 2026
Bron: officieel reglement (Spelregels voor wedstrijdbridge 2017, Nederlandse vertaling, 3e druk (Nederlandse Bridge Bond))
Dit heb je nodig
- 1 kaartspel van 52 kaarten, zonder jokers
- 4 spelers en een tafel
- eventueel biedkaartjes, anders bied je hardop
- pen en papier voor de score
Bridge is een slagenspel voor vier spelers in twee vaste paren. De regels van bridge bestaan uit twee delen: eerst bied je tegen elkaar op om het contract, de afspraak hoeveel van de dertien slagen een paar gaat halen en met welke troefkleur, daarna wordt er gespeeld. Haalt het paar zijn contract, dan scoort het punten; lukt het niet, dan gaan er punten naar de tegenpartij. Deze pagina legt de basis uit voor beginners. Het volledige reglement is van de Nederlandse Bridge Bond.
De regels van Bridge in het kort
- Vier spelers, twee paren; je partner zit tegenover je.
- Iedereen krijgt 13 kaarten uit een spel van 52.
- Eerst bieden: het laatste bod wordt het contract.
- Het getal van het contract plus zes is het aantal slagen dat je moet halen.
- De partner van de leider legt zijn kaarten open op tafel: de dummy.
- Contract gehaald is punten voor jouw paar, down is punten voor de tegenstanders.
Doel van het spel
Samen met je partner een contract bieden dat jullie kunnen halen en daarna minstens dat aantal slagen maken. Zit het andere paar in het contract, dan probeer je met je partner genoeg slagen te winnen om het contract down te spelen.
Voorbereiding
- Ga met vier spelers aan tafel zitten. De spelers tegenover elkaar vormen een paar. De plaatsen heten Noord, Oost, Zuid en West: Noord en Zuid spelen samen, Oost en West ook.
- Haal de jokers uit het spel. Je speelt met 52 kaarten: schoppen, harten, ruiten en klaveren, elk dertien kaarten.
- Schud en deel alle kaarten uit, zodat iedere speler er 13 heeft. Bekijk alleen je eigen kaarten.
- Sorteer je hand per kleur. Binnen een kleur is de volgorde van hoog naar laag: aas, heer, vrouw, boer, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2.
- Leg biedkaartjes klaar als je die hebt. Thuis kun je ook zonder beginnen.
- Spreek af wie de score bijhoudt en of een paar dit spel kwetsbaar is. Dat laatste bepaalt de hoogte van premies en strafpunten (zie de puntentelling).
Zo gaat een beurt
Een spel bridge verloopt altijd in dezelfde volgorde: delen, bieden, uitkomen, dummy open, 13 slagen spelen en de uitslag bepalen. Bieden en spelen gaan met de klok mee.
- BiedenDe gever begint. Om de beurt doe je een bod of je past. Een bod bestaat uit een niveau van 1 tot en met 7 en een speelsoort: klaveren, ruiten, harten, schoppen of sans atout (SA, zonder troef). Het niveau is het aantal slagen boven de zes. Met 1 harten beloof je dus 7 slagen met harten als troef, met 3SA beloof je er 9 zonder troef.
- Hoger biedenElk nieuw bod moet hoger zijn dan het vorige. Dat is het als het niveau hoger is, of als het niveau gelijk is en de speelsoort hoger. De speelsoorten lopen van laag naar hoog: klaveren, ruiten, harten, schoppen, sans atout. Na 1 harten mag je dus 1 schoppen of 1SA bieden, maar klaveren pas op niveau 2.
- Het contract staat vastHeeft iemand een bod gedaan en passen daarna drie spelers achter elkaar, dan is het bieden voorbij. Het laatste bod is het contract. Tijdens het bieden praat je niet over je kaarten; je biedingen zijn de enige informatie die je partner krijgt.
- Leider en dummyHet paar dat het laatste bod deed, speelt het contract. De leider is de speler van dat paar die de speelsoort van het contract als eerste heeft geboden. Zijn partner wordt de dummy.
- UitkomenDe speler links van de leider speelt de eerste kaart. Pas daarna legt de dummy al zijn kaarten open op tafel. De dummy speelt niet zelf en geeft geen aanwijzingen: de leider zegt welke kaart er uit de dummy wordt bijgespeeld.
- Een slag spelenIedere speler legt om de beurt één kaart. De kleur van de eerste kaart is de gevraagde kleur. Heb je die kleur, dan moet je hem spelen: bekennen. Heb je hem niet, dan mag je elke andere kaart spelen, ook een troef.
- Wie wint de slagLigt er troef in de slag, dan wint de hoogste troef. Ligt er geen troef, dan wint de hoogste kaart van de gevraagde kleur. De winnaar speelt de eerste kaart van de volgende slag. Wint de dummy een slag, dan speelt de leider de volgende kaart uit de dummy.
- De uitslagNa 13 slagen tel je hoeveel slagen de leider en de dummy samen hebben. Bij een contract van 4 schoppen zijn 10 slagen nodig. Met 10 is het contract precies gehaald, met 11 is er één overslag, met 9 is het één down.
Wat je tijdens het bieden kunt zeggen
Er zijn vier soorten biedingen. Alleen de eerste is een bod.
| Bieding | Wat houdt het in | Wanneer mag het |
|---|---|---|
| Bod | Een niveau (1 tot en met 7) en een speelsoort, bijvoorbeeld 2 harten of 3SA. | Als je aan de beurt bent en het bod hoger is dan het vorige. |
| Pas | Je doet geen bod. | Altijd als je aan de beurt bent. Later in het bieden mag je alsnog bieden. |
| Doublet | Je verhoogt de inzet: de trekpunten en de strafpunten van het contract worden hoger. | Alleen op het laatste bod, en alleen als een tegenstander dat bod deed. |
| Redoublet | Een doublet nog eens verhogen. | Alleen op het laatste doublet, en alleen als een tegenstander doubleerde. |
Puntentelling bij Bridge
Een spel is afgelopen na 13 slagen; dan wordt de score van dat ene spel genoteerd en volgt een nieuw spel. Hoeveel spellen je speelt, spreek je zelf af. Passen alle vier de spelers zonder dat iemand een bod deed, dan wordt het spel niet gespeeld en krijgen beide paren nul punten. In wedstrijdbridge op een club spelen meerdere tafels dezelfde spellen en wordt jouw score vergeleken met die van de paren die dezelfde kaarten hadden. Zo bepaalt niet het geluk van de kaarten de winnaar.
De telling hieronder is de scoretabel voor wedstrijdbridge uit de spelregels van de Nederlandse Bridge Bond (artikel 77). Voor elk spel reken je apart. Haalt de leider zijn contract, dan krijgt zijn paar trekpunten voor elke geboden en gemaakte slag boven de zes, plus premies. Bij klaveren en ruiten is een trek 20 punten waard, bij harten en schoppen 30. Bij sans atout telt de eerste trek 40 en elke volgende 30. Is het contract samen 100 trekpunten of meer waard, dan is het een manche en krijg je een grote premie: 300 punten, of 500 als je paar kwetsbaar is. Daaronder is het een deelscore met een premie van 50. Een manche haal je dus met 3SA (40 + 30 + 30), met 4 harten of 4 schoppen (4 x 30) of met 5 klaveren of 5 ruiten (5 x 20). Overslagen leveren hun gewone trekwaarde op maar tellen niet mee voor de manche: je moet de manche geboden hebben. Wie 12 slagen biedt en haalt (klein slem) of alle 13 (groot slem), krijgt daar nog een premie bovenop. Gaat de leider down, dan krijgt zijn paar niets en schrijft de tegenpartij per slag tekort strafpunten. Kwetsbaar zijn betekent hogere premies en hogere straffen. Op wedstrijdborden staat per spel wie kwetsbaar is: op bord 1 niemand, op bord 2 Noord-Zuid, op bord 3 Oost-West en op bord 4 beide paren. Na een doublet of redoublet gelden hogere bedragen; de hele tabel staat in het spelregelboekje van de bond.
| Onderdeel | Niet kwetsbaar | Kwetsbaar |
|---|---|---|
| Trek in klaveren of ruiten | 20 | 20 |
| Trek in harten of schoppen | 30 | 30 |
| Sans atout: eerste trek | 40 | 40 |
| Sans atout: elke volgende trek | 30 | 30 |
| Premie deelscore (minder dan 100 trekpunten) | 50 | 50 |
| Premie manche (100 of meer trekpunten) | 300 | 500 |
| Premie klein slem (12 slagen geboden en gemaakt) | 500 | 750 |
| Premie groot slem (13 slagen geboden en gemaakt) | 1000 | 1500 |
| Overslag, niet gedoubleerd | trekwaarde | trekwaarde |
| Downslag, niet gedoubleerd (voor de tegenpartij) | 50 per slag | 100 per slag |
Je hand waarderen: punten tellen voor het bieden
Om te weten of je mag bieden, tel je de hoge kaarten in je hand. Dit zijn geen scorepunten maar een hulpmiddel dat de bond aan beginners leert: een aas is 4 punten, een heer 3, een vrouw 2 en een boer 1. In het hele spel zitten zo 40 punten, 10 per kleur.
De vuistregels uit de beginnersuitleg van de bond: met ongeveer 12 punten of meer open je het bieden, met minder pas je meestal. Je opent in je langste kleur, vooral als je er vijf of meer van hebt. Heb je 15 tot 17 punten en een evenwichtige hand zonder lange kleur, dan open je 1SA. Een hand met heer, vrouw, 10, 8, 7 in schoppen, boer en 4 in harten, heer, boer, 6 in ruiten en aas, 8, 2 in klaveren telt 3 + 2 + 1 + 3 + 1 + 4 = 14 punten en heeft vijf schoppen: je opent 1 schoppen.
Wat je daarna biedt, hangt af van het biedsysteem dat je met je partner afspreekt. Dat zijn afspraken tussen partners, geen spelregels. Je leert ze in een cursus of uit een boek.
Bridge leren
De bond raadt aan niet alles tegelijk te willen leren. Begin met de slagen: kleur bekennen, wie wint de slag, wat doet troef. Daarna komen de rollen aan tafel en pas dan het bieden. Volgens de bond begrijpen de meeste beginners de basis binnen een paar uur.
Een beginnerscursus bestaat meestal uit 10 tot 15 lessen van ongeveer 2 tot 2,5 uur. Je kunt je zonder partner aanmelden. Wie liever zelf leert, kan met een boek beginnen en daarna online oefenen. Ken je slagenspellen als klaverjassen of rikken, dan is het spelen van de kaarten snel vertrouwd en zit het nieuwe vooral in het bieden en de dummy.
Ruzie aan tafel: wat mag wel en wat niet?
De vragen waar het bij Bridge het vaakst over gaat. Bij elk antwoord staat of het zo in de regels staat of dat het een huisregel is.
Moet je troeven als je de gevraagde kleur niet hebt?
Nee. Bekennen is verplicht, maar kun je dat niet, dan mag je elke kaart spelen. Troeven mag, een kaart van een andere kleur weggooien mag ook. Dat is anders dan bij klaverjassen.
Betekent 2 harten dat je twee slagen moet halen?
Nee, acht. Bij het niveau tel je altijd zes op. 1 is zeven slagen, 4 is tien slagen, 7 is alle dertien.
Wie is de leider als mijn partner het laatste bod deed, maar ik de kleur eerder bood?
Jij. De leider is de speler van het paar die de speelsoort van het contract als eerste heeft geboden, niet degene die het laatste bod deed. Bij een SA-contract is het de speler die als eerste SA bood.
Wanneer legt de dummy zijn kaarten neer?
Pas nadat de speler links van de leider de eerste kaart heeft gespeeld. Eerder openleggen is fout, omdat de uitkomst dan gekozen wordt met kennis van de dummy.
Mag de dummy de leider helpen?
Nee. De dummy kiest geen kaarten en geeft geen advies of hints. Hij legt de kaart neer die de leider noemt.
Mag je het bod van je eigen partner doubleren?
Nee. Een doublet kan alleen op het laatste bod, en dat bod moet van een tegenstander zijn. Redoubleren kan alleen op een doublet van een tegenstander.
Wat gebeurt er als alle vier de spelers passen?
Dan is er geen contract en wordt er niet gespeeld. Beide paren noteren nul punten. In wedstrijdbridge wordt er niet opnieuw gedeeld.
Veelgemaakte fouten
- De zes vergeten. Een contract van 3SA is negen slagen, niet drie.
- Een andere kleur spelen terwijl je de gevraagde kleur nog hebt. Bekennen gaat voor alles.
- De dummy openleggen voordat de eerste kaart is uitgekomen.
- Vergeten dat de gever begint met bieden, en dat het bieden met de klok mee gaat.
- Overslagen meetellen voor de manche. Alleen geboden en gemaakte slagen tellen voor de 100 trekpunten.
- Denken dat een aas altijd wint. Een lage troef verslaat elke kaart van een andere kleur.
Varianten en huisregels
Parenwedstrijd op de club
De gebruikelijke vorm bij verenigingen. Alle tafels spelen dezelfde spellen uit wedstrijdborden, waarin de vier handen apart bewaard blijven. Je score per spel wordt vergeleken met die van de paren die dezelfde kaarten hadden: voor elke score die lager is dan de jouwe krijg je matchpunten. De telling per spel is dezelfde als hierboven.
Telling met internationale matchpunten
Een andere manier van vergelijken, waarbij het verschil in punten per spel wordt omgerekend. De regels voor bieden en spelen blijven gelijk. De omrekentabel staat in het spelregelboekje van de bond.
Kwik Bridge
Een kennismakingsvorm van de bond om in één keer een eerste spel te spelen. De regels daarvan staan niet op deze pagina; de bond legt ze zelf uit.
Boerenbridge
Geen variant maar een ander kaartspel, waarin je voorspelt hoeveel slagen je haalt. Zie boerenbridge.
Tips die uit de regels volgen
- Tel je punten en je langste kleur voordat je iets biedt, en luister naar wat je partner biedt. Jullie zoeken samen een troefkleur of kiezen voor sans atout.
- Bied de manche als jullie kaarten het toelaten. Niet kwetsbaar leveren tien slagen in 4 harten 420 punten op, dezelfde tien slagen in 2 harten 170.
- Kijk als tegenspeler naar de dummy en naar de kaart die je partner speelt. Meer informatie krijg je niet.
- Wees zuinig op je troeven. Wie ze te vroeg uitspeelt, heeft er later geen meer om een hoge kaart van de tegenpartij af te troeven.
Handig aan tafel
Wie begint?
Vul het aantal spelers in, of de namen met komma's ertussen.
Veelgestelde vragen over Bridge
Hoe leer je Bridge?
Begin met de slagen: kleur bekennen, troef en wie de slag wint. Leer daarna de rollen van leider en dummy en pas dan het bieden. Volgens de Nederlandse Bridge Bond heb je de basis binnen een paar uur door; een beginnerscursus telt meestal 10 tot 15 lessen.
Wat zijn de regels van Bridge?
Vier spelers spelen in twee paren met 52 kaarten, ieder 13. Eerst wordt geboden; het laatste bod is het contract en zegt hoeveel slagen boven de zes een paar moet halen en wat troef is. Daarna worden 13 slagen gespeeld, waarbij je kleur moet bekennen en de partner van de leider zijn kaarten open legt.
Hoe werkt de puntentelling bij Bridge?
Voor een gehaald contract krijg je per geboden slag boven de zes 20 punten (klaveren, ruiten) of 30 punten (harten, schoppen); bij sans atout 40 voor de eerste en 30 voor elke volgende. Daar komt een premie bij: 50 voor een deelscore, 300 of 500 voor een manche van 100 trekpunten of meer. Ga je down, dan krijgt de tegenpartij 50 of 100 punten per slag tekort.
Bronnen en controle
Deze uitleg is in eigen woorden geschreven op basis van het officiële reglement. Wijkt jullie editie af, dan gaat het regelboek uit de doos voor.
- Spelregels voor wedstrijdbridge 2017, Nederlandse vertaling, 3e druk (Nederlandse Bridge Bond) · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Editie 2017, 3e druk. Gebruikt: artikel 1 (kaarten, p. 22), artikel 2 (gever en kwetsbaarheid per bord, p. 22), artikel 17-19 (bieden, bod, doublet, p. 38-40), artikel 22 (einde bieden, p. 43), artikel 41 (uitkomst, p. 58), artikel 44 (bekennen en slagen, p. 60-61), artikel 77 (scoretabel, p. 94-95), artikel 78 (matchpunten, p. 95). Gevonden via bridgebond.nl/kennisbank/spelregelboekjes/.
- Hoe verloopt een spel bridge? (bridge.nl, Nederlandse Bridge Bond) · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Volgorde van een spel, wie leider wordt, uitkomst, dummy, voorbeelden met 2 en 4 in een kleur en 3SA.
- Wat is bridge? en Spelers, kaarten en slagen (bridge.nl) · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Wat je nodig hebt, paren, kaartvolgorde, bekennen. Ook gelezen: /bridge-ontdekken/wat-is-bridge/ en /speel-mee/speel-je-eerste-spel/.
- Wie doet wat aan tafel?, Wat is bieden?, Wat is een contract?, Wat is een troef?, Belangrijkste spelregels (bridge.nl) · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Vijf artikelen onder /slimmer-bridgen/spel/: rol van leider en dummy, niveau 1-7, niet praten over je kaarten.
- Openingsbiedingen (bridge.nl) · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Honneurpunten 4-3-2-1, openen vanaf ongeveer 12 punten, 1SA met 15-17, voorbeeldhand van 14 punten.
- Hoe leer je bridge? (bridge.nl) · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Leerstappen, duur van een cursus.
Geschreven met hulp van AI en daarna regel voor regel naast de bron gelegd. Zo werken we. Klopt er iets niet? Meld het ons, dan passen we het aan.