Naar de inhoud
Spelregelwijzer Zoek een spel

Spelregels Rikken

Bieden, een aas meevragen en acht slagen halen

Door Redactie Spelregelwijzer · gecontroleerd op 13 oktober 2026
Bron: geen officiële versie; gangbaarste variant volgens 3 bronnen

Spelers: 4 spelers Speelduur: 1-2 uur

Dit heb je nodig

  • 1 pak van 52 speelkaarten, zonder jokers
  • pen en papier voor de stand, of fiches of kleingeld om per spel af te rekenen

Rikken is een slagenspel voor vier spelers dat vooral in Noord-Brabant en Limburg gespeeld wordt. Volgens de regels van rikken bied je op het aantal slagen dat je denkt te halen. Wie rikt, kiest troef en vraagt een aas mee: de speler met die aas is zijn geheime maat, en samen moeten ze minstens 8 van de 13 slagen halen. Daarnaast zijn er solospellen zoals misère en piek. Officiële regels zijn er niet; elke kaartclub heeft een eigen biedvolgorde en telling. Hieronder staat de meest voorkomende basis, met de verschillen erbij.

De regels van Rikken in het kort

  • Vier spelers, 52 kaarten, ieder 13 kaarten. De kaarten worden niet geschud, alleen gecoupeerd.
  • Na het delen wordt er geboden. Het hoogste bod bepaalt welk spel er gespeeld wordt.
  • Bij een rik kies je troef en vraag je een aas mee. De houder van die aas is je maat.
  • Rikker en maat moeten samen minstens 8 slagen halen.
  • Misère (geen slag halen) en piek (precies 1 slag) speel je alleen, zonder troef.
  • Na elk spel wordt afgerekend: de verliezers betalen aan de winnaars.

Print het spiekbriefje (1 A4)

Doel van het spel

Haal je eigen bod of help je maat het zijne te halen, en zorg dat de tegenpartij het bod niet haalt. Ieder houdt een eigen stand bij; de teams wisselen per spel. Wie na het afgesproken aantal spellen het meeste heeft verdiend, wint.

Voorbereiding

  1. Ga met vier spelers om de tafel zitten en gebruik een pak van 52 kaarten zonder jokers. De aas is de hoogste kaart, de 2 de laagste.
  2. Schud de kaarten niet. De speler rechts van de deler coupeert één keer. Zo blijven de kaarten van vorige slagen bij elkaar en krijg je uitgesproken handen.
  3. De deler geeft iedereen 13 kaarten in pakjes: eerst 6 en dan 7, of 4, 5 en 4.
  4. Spreek vooraf de biedvolgorde en de telling af, en of jullie met troela en met piek spelen.
  5. Na elk spel schuift de deelbeurt één plaats met de klok mee.
Elke speler begint met 13 kaarten.

Zo gaat een beurt

Een spel bestaat uit bieden en daarna 13 slagen spelen. Alles gaat met de klok mee, te beginnen bij de speler links van de deler.

  1. Bied of pasOm de beurt zeg je een bod of pas je. Elk nieuw bod moet hoger zijn dan het vorige. Wie gepast heeft, mag in dit spel niet meer bieden. Het bieden stopt als drie spelers hebben gepast.
  2. Kies troef en vraag een aas meeDe hoogste bieder maakt vlak voor de eerste slag de troefkleur bekend. Bij een rik noemt hij ook de aas die hij meevraagt, bijvoorbeeld: klaveren is troef, schoppenaas gaat mee.
  3. Kom uitDe speler links van de deler legt de eerste kaart. Elke kaart mag.
  4. Beken kleurDe anderen moeten de gevraagde kleur bijleggen als ze die hebben. Wie de kleur niet heeft, mag een willekeurige kaart spelen: troeven of iets weggooien.
  5. Win de slagLigt er troef in de slag, dan wint de hoogste troef. Anders wint de hoogste kaart in de gevraagde kleur. De winnaar komt uit in de volgende slag.
  6. De gevraagde aas valtZodra een ander uitkomt in de kleur van de gevraagde aas, moet de maat die aas bijleggen, ook als de slag al is afgetroefd. Vanaf dat moment weet iedereen wie bij wie hoort.
  7. Tel de slagenNa 13 slagen tel je hoeveel slagen de bieder (met zijn maat) heeft. Een misère of piek stopt in sommige groepen direct zodra hij mislukt is.

Bieden bij rikken: de biedingen van laag naar hoog

Dit is de volgorde zoals Pagat die als gangbare basis geeft. De plaats van piek, misère en troela in de rij verschilt per club.

BodWat moet je halenBasiswaarde
RikMinstens 8 slagen, met een maat via de gevraagde aas. Je kiest zelf troef.1
Rik beterHetzelfde, maar met harten als troef.1
8 alleenMinstens 8 slagen zonder maat, eigen troefkleur.1
MisèreGeen enkele slag halen. Alleen, zonder troef.5
PiekPrecies 1 slag halen. Alleen, zonder troef.5
9, 10, 11 of 12 alleenMinstens zoveel slagen zonder maat, eigen troefkleur.1
Open misère of open piekAls misère of piek, maar je kaarten gaan na de eerste slag open op tafel.10
TroelaJe hebt drie azen. Je speelt met de houder van de vierde aas voor minstens 8 slagen; je maat kiest troef.2
Open misère of open piek met een praatjeAls open, en de tegenspelers mogen hardop overleggen.15
13 alleenAlle 13 slagen zonder maat.15
Open 13 alleenAlle 13 slagen met je kaarten open na de eerste slag.20

Puntentelling bij Rikken

Een spel is afgelopen na de dertiende slag; dan wordt meteen afgerekend en deelt de volgende speler. Hoe lang een avond duurt, spreek je zelf af: een vast aantal spellen, een aantal rondjes delen of een eindtijd. De speler met het hoogste saldo wint.

Rikken is een nulsomspel: wat de een wint, betaalt de ander. In de telling van Pagat werk je met eenheden. Bij een rik of rik beter krijgen rikker en maat elk 1 eenheid plus 1 per overslag (elke slag boven de 8). Elke tegenspeler betaalt dat bedrag aan één van hen. Mislukt de rik, dan betalen rikker en maat elk 1 eenheid plus 1 per onderslag. Bij troela is alles 1 eenheid hoger. Een solospeler rekent af met alle drie de tegenspelers: 1 plus 1 per overslag bij 8 tot en met 12 alleen, en het vaste bedrag uit de tabel bij misère, piek en hoger. Haalt een team of solospeler (tot en met 12 alleen) alle 13 slagen, dan komt er 1 eenheid bij.

Resultaat bij een rikRikker en maat elkTegenspelers elk
7 slagen (1 onderslag)min 2plus 2
8 slagenplus 1min 1
9 slagenplus 2min 2
10 slagenplus 3min 3
13 slagenplus 7min 7
RekenvoorbeeldMieke rikt in klaveren en vraagt schoppenaas mee. Die zit bij Henk. Samen halen ze 10 slagen: 8 voor het spel en 2 overslagen. Mieke en Henk krijgen elk 1 + 2 = 3 eenheden; de tegenspelers Jan en Toos betalen elk 3. In het volgende spel speelt Jan een misère en haalt geen slag. Hij krijgt 5 eenheden van elk van de drie anderen, samen 15. Stand na twee spellen: Mieke 3 min 5 = min 2, Henk 3 min 5 = min 2, Jan min 3 plus 15 = plus 12, Toos min 3 min 5 = min 8. Opgeteld is dat nul, zoals het hoort.

Leeg scoreblok: gratis printen of online invullen

De aas meevragen

De gevraagde aas mag niet de troefaas zijn en moet uit een kleur komen waarvan je zelf minstens één kaart hebt. De houder van die aas zegt niets; hij verraadt zich pas door zijn spel of doordat de aas valt.

De maat mag zelf wel uitkomen met een andere kaart in de kleur van de gevraagde aas. Omdat de aas dan niet in de slag verschijnt, weet iedereen meteen dat hij de maat is.

Heb je alle vier de azen, dan vraag je een heer mee. Heb je van elke kleur die je in handen hebt zelf de aas, dan vraag je een aas blind mee uit een kleur die je niet hebt. Je mag dan één keer een kaart gedekt uitspelen: die slag geldt als gespeeld in de gevraagde kleur en de maat moet de aas bijleggen.

Troela: drie azen

Heb je drie azen, dan moet je in veel groepen troela melden, tenzij er al hoger geboden is. De speler met de vierde aas is automatisch je maat. Hij kiest de troefkleur, en die mag niet de kleur van zijn eigen aas zijn. Samen moeten jullie 8 slagen halen.

Troela wordt lang niet overal gespeeld. Sommige clubs kennen het bod niet, bij andere is het niet verplicht en weer elders kiest de bieder zelf troef.

Telling in punten

Naast de eenheden van Pagat is een telling in punten in gebruik, onder meer op kaartspellen.online. Daar levert een rik of 8 alleen 10 punten op plus 5 per overslag, een piek 15, een misère 25, een open piek 40, een open misère 50 en 13 alleen 70. De hogere solo's lopen op: 9 alleen 20, 10 alleen 30, 11 alleen 40 en 12 alleen 50, telkens plus 5 per overslag.

In die telling betaalt bij een mislukte rik alleen de rikker; de maat wint of verliest dan niets. Ook de biedvolgorde wijkt er iets af: piek staat er onder 9 alleen en misère daarboven.

Ruzie aan tafel: wat mag wel en wat niet?

De vragen waar het bij Rikken het vaakst over gaat. Bij elk antwoord staat of het zo in de regels staat of dat het een huisregel is.

Officiële regel

Mag je de troefaas meevragen?

Nee. De gevraagde aas moet uit een andere kleur komen dan troef. Bij rik beter is harten troef, dus dan kun je hartenaas niet vragen.

Officiële regel

Moet de maat de gevraagde aas spelen als die kleur gevraagd wordt?

Ja, altijd, ook als iemand de slag al heeft afgetroefd en de aas dus verloren gaat. Het maakt niet uit wie in die kleur uitkomt.

Staat niet in de regels

Betaalt de maat mee als de rik mislukt?

Dat hangt af van de afspraak. In de telling van Pagat betalen rikker en maat allebei. In andere groepen betaalt alleen de rikker, volgens Pagat dan het dubbele. Ook op kaartspellen.online wint of verliest de maat niets bij een mislukte rik.

Staat niet in de regels

Wat gebeurt er als iedereen past?

In de basisregels worden de kaarten ingeleverd en deelt de volgende speler. Veel groepen spelen in plaats daarvan een rondje schoppen mie of één of vijf, of verplichten de deler om te bieden.

Officiële regel

Kunnen twee spelers tegelijk misère of piek spelen?

Ja. Misère en piek gelden als gelijke biedingen. Biedt de een misère en de ander piek, of allebei hetzelfde, dan worden de spellen tegelijk gespeeld en apart afgerekend.

Officiële regel

Moet je de kaarten schudden?

Nee. Bij rikken wordt alleen gecoupeerd en in pakjes gedeeld. Dat is juist de bedoeling: het geeft schevere handen en dus meer te bieden.

Huisregel

Is troela verplicht met drie azen?

In de basisregels wel, zolang niemand vóór jou hoger heeft geboden. Maar het is een van de regels die het vaakst afwijken: sommige groepen spelen zonder troela of maken het vrijwillig.

Veelgemaakte fouten

  • De kaarten schudden. Bij rikken wordt alleen gecoupeerd; schudden haalt de kaarten uit elkaar en geeft vlakkere handen waarop minder te bieden valt.
  • Een aas meevragen in een kleur die je zelf niet hebt, zonder te melden dat je blind vraagt.
  • Als maat laten merken dat je de gevraagde aas hebt. Je mag het niet zeggen of aanwijzen; het moet uit het spel blijken.
  • Opnieuw bieden nadat je gepast hebt. Wie past, is voor dat spel uit het bieden.
  • Overslagen vergeten bij het afrekenen. Elke slag boven het bod telt mee, bij een rik en bij de solo's tot en met 12.

Varianten en huisregels

Schoppen mie (huisregel bij rondpassen)

Zonder troef. Je probeert de slag met schoppenvrouw en de laatste slag te ontlopen; wie ze haalt, betaalt. De bedragen verschillen per bron.

Eén of vijf (huisregel bij rondpassen)

Zonder troef. Wie precies 1 of precies 5 slagen haalt, wint; de anderen betalen. Er bestaat ook een versie met 1, 5 en 11 slagen.

Beter bij elk solobod

Veel groepen laten ook 8 alleen beter, 9 alleen beter enzovoort toe: hetzelfde bod met harten als troef, dat net boven het gewone bod gaat.

Rikken met vijf

De deler krijgt zelf geen kaarten en doet dat spel niet mee met spelen en afrekenen. Zo zit er elke ronde iemand anders uit.

Rikken met drie

Je deelt voor vier. Na het bieden gaan de kaarten van de lege plek open op tafel en speelt de partij waar die hand bij hoort ze mee.

Zonder piek of zonder troela

Beide biedingen worden lang niet overal gespeeld. Vraag ernaar als je bij een nieuwe groep aanschuift.

Tips die uit de regels volgen

  • Vraag een aas mee in een kleur waarin je zelf kort bent. Je kunt die kleur dan vroeg uitkomen om je maat te vinden en hem daarna aftroeven.
  • Onthoud wat er in de vorige slagen bij elkaar lag. Omdat er niet geschud wordt, zitten die kaarten vaak nog bij elkaar in één hand.
  • Bied geen 9 of 10 alleen als 8 alleen ook volstaat. In de telling met eenheden levert een hoger solobod niets extra op en kost het meer als het mislukt; je biedt het alleen om een ander te overbieden.
  • Bij misère zijn lage kaarten in elke kleur belangrijker dan een korte hand. Eén kleur met alleen hoge kaarten is genoeg om een slag te moeten nemen.

Handig aan tafel

Wie begint?

Vul het aantal spelers in, of de namen met komma's ertussen.

Puntenteller

Voeg de spelers toe en tel per ronde de punten op. De stand blijft op dit apparaat bewaard.

Veelgestelde vragen over Rikken

Wat zijn de regels van rikken?

Vier spelers krijgen ieder 13 kaarten uit een pak van 52 en bieden op het aantal slagen dat ze denken te halen. Het hoogste bod bepaalt welk spel er gespeeld wordt. Bij een rik kies je troef en vraag je een aas mee: de houder van die aas is je maat, en samen moeten jullie minstens 8 slagen halen. Officiële regels zijn er niet; elke kaartclub heeft een eigen biedvolgorde en telling.

Wat is rikken?

Rikken is een Nederlands slagenspel voor vier spelers met 52 kaarten, verwant aan whist en bridge. Je biedt op het aantal slagen dat je haalt; bij een rik speel je met een geheime maat die je vindt door een aas mee te vragen. Het wordt vooral in Noord-Brabant en Limburg gespeeld.

Hoe werkt de puntentelling bij rikken?

Rikken is een nulsomspel: wat de een wint, betaalt de ander. In de telling van Pagat krijgen rikker en maat bij een gehaalde rik elk 1 eenheid plus 1 per overslag, dus per slag boven de 8. Mislukt de rik, dan betalen ze elk 1 eenheid plus 1 per onderslag. Daarnaast is een telling in punten in gebruik, waarin een rik 10 punten oplevert plus 5 per overslag.

Bronnen en controle

Van Rikken bestaat geen officiële versie: de regels verschillen per streek en per groep. We beschrijven de variant die in onze bronnen het vaakst terugkomt en zetten bekende afwijkingen onder de huisregels.

Geschreven met hulp van AI en daarna regel voor regel naast de bron gelegd. Zo werken we. Klopt er iets niet? Meld het ons, dan passen we het aan.

Verder spelen

Vergelijkbare spellen

Alle kaartspellen