Bridge: spelregels in het kort
Spelers: 4 spelers Speelduur: 1-3 uur
In het kort
- Vier spelers, twee paren; je partner zit tegenover je.
- Iedereen krijgt 13 kaarten uit een spel van 52.
- Eerst bieden: het laatste bod wordt het contract.
- Het getal van het contract plus zes is het aantal slagen dat je moet halen.
- De partner van de leider legt zijn kaarten open op tafel: de dummy.
- Contract gehaald is punten voor jouw paar, down is punten voor de tegenstanders.
Dit heb je nodig
- 1 kaartspel van 52 kaarten, zonder jokers
- 4 spelers en een tafel
- eventueel biedkaartjes, anders bied je hardop
- pen en papier voor de score
Een beurt
- Bieden
- Hoger bieden
- Het contract staat vast
- Leider en dummy
- Uitkomen
- Een slag spelen
- Wie wint de slag
- De uitslag
Einde
Een spel is afgelopen na 13 slagen; dan wordt de score van dat ene spel genoteerd en volgt een nieuw spel. Hoeveel spellen je speelt, spreek je zelf af. Passen alle vier de spelers zonder dat iemand een bod deed, dan wordt het spel niet gespeeld en krijgen beide paren nul punten. In wedstrijdbridge op een club spelen meerdere tafels dezelfde spellen en wordt jouw score vergeleken met die van de paren die dezelfde kaarten hadden. Zo bepaalt niet het geluk van de kaarten de winnaar.
Wat je tijdens het bieden kunt zeggen
| Bieding | Wat houdt het in | Wanneer mag het |
|---|---|---|
| Bod | Een niveau (1 tot en met 7) en een speelsoort, bijvoorbeeld 2 harten of 3SA. | Als je aan de beurt bent en het bod hoger is dan het vorige. |
| Pas | Je doet geen bod. | Altijd als je aan de beurt bent. Later in het bieden mag je alsnog bieden. |
| Doublet | Je verhoogt de inzet: de trekpunten en de strafpunten van het contract worden hoger. | Alleen op het laatste bod, en alleen als een tegenstander dat bod deed. |
| Redoublet | Een doublet nog eens verhogen. | Alleen op het laatste doublet, en alleen als een tegenstander doubleerde. |
Puntentelling
| Onderdeel | Niet kwetsbaar | Kwetsbaar |
|---|---|---|
| Trek in klaveren of ruiten | 20 | 20 |
| Trek in harten of schoppen | 30 | 30 |
| Sans atout: eerste trek | 40 | 40 |
| Sans atout: elke volgende trek | 30 | 30 |
| Premie deelscore (minder dan 100 trekpunten) | 50 | 50 |
| Premie manche (100 of meer trekpunten) | 300 | 500 |
| Premie klein slem (12 slagen geboden en gemaakt) | 500 | 750 |
| Premie groot slem (13 slagen geboden en gemaakt) | 1000 | 1500 |
| Overslag, niet gedoubleerd | trekwaarde | trekwaarde |
| Downslag, niet gedoubleerd (voor de tegenpartij) | 50 per slag | 100 per slag |
De vragen op een rij
Hoe leer je Bridge?
Begin met de slagen: kleur bekennen, troef en wie de slag wint. Leer daarna de rollen van leider en dummy en pas dan het bieden. Volgens de Nederlandse Bridge Bond heb je de basis binnen een paar uur door; een beginnerscursus telt meestal 10 tot 15 lessen.
Wat zijn de regels van Bridge?
Vier spelers spelen in twee paren met 52 kaarten, ieder 13. Eerst wordt geboden; het laatste bod is het contract en zegt hoeveel slagen boven de zes een paar moet halen en wat troef is. Daarna worden 13 slagen gespeeld, waarbij je kleur moet bekennen en de partner van de leider zijn kaarten open legt.
Hoe werkt de puntentelling bij Bridge?
Voor een gehaald contract krijg je per geboden slag boven de zes 20 punten (klaveren, ruiten) of 30 punten (harten, schoppen); bij sans atout 40 voor de eerste en 30 voor elke volgende. Daar komt een premie bij: 50 voor een deelscore, 300 of 500 voor een manche van 100 trekpunten of meer. Ga je down, dan krijgt de tegenpartij 50 of 100 punten per slag tekort.
Spelregelwijzer: samenvatting in eigen woorden door Redactie Spelregelwijzer, gecontroleerd op 13 oktober 2026. Bron: Spelregels voor wedstrijdbridge 2017, Nederlandse vertaling, 3e druk (Nederlandse Bridge Bond). Dit is niet het officiële regelboek. Bij twijfel gaan de regels van de uitgever of de bond voor.