Naar de inhoud
Spelregelwijzer Zoek een spel

Spelregels Handbal

Drie passen, drie seconden en een doelgebied waar je buiten blijft

Door Redactie Spelregelwijzer · gecontroleerd op 13 oktober 2026
Bron: officieel reglement (Spelregels Nederlands Handbal Verbond, afgeleid van de IHF-spelregels (zaalhandbal))

Spelers: 14 spelers Speelduur: 60-75 min

Dit heb je nodig

  • Speeloppervlak van 40 bij 20 meter met twee doelen van 3 meter breed en 2 meter hoog
  • Handbal: maat 3 voor heren (58 tot 60 cm omtrek), maat 2 voor dames (54 tot 56 cm)
  • Twee teams van 7 spelers op het veld: 6 veldspelers en een doelverdediger
  • Een afwijkend shirt voor de doelverdedigers en sportschoenen voor iedereen

Zaalhandbal speel je zeven tegen zeven op een veld van 40 bij 20 meter. Je gooit de bal met de hand over en probeert hem in het doel van de tegenstander te werpen; wie na twee keer 30 minuten de meeste doelpunten heeft, wint. De regels van handbal hieronder volgen de spelregels van het Nederlands Handbal Verbond, een vertaling van de internationale IHF-regels.

Handbal regels in het kort

  • Twee teams van 7 (6 veldspelers en een keeper), veld van 40 x 20 meter, wedstrijd van 2 x 30 minuten.
  • Met de bal in je hand mag je hooguit 3 passen zetten en hem hooguit 3 seconden vasthouden.
  • Stuiteren mag, maar na het vastpakken niet opnieuw.
  • Het doelgebied binnen de 6-meterlijn is alleen voor de doelverdediger.
  • Een overtreding levert een vrije worp op; wie een vrije doelkans onreglementair verhindert, krijgt een 7-meterworp tegen.
  • Straffen lopen op: waarschuwing (geel), 2 minuten tijdstraf, diskwalificatie (rood).

Print het spiekbriefje (1 A4)

Doel van het spel

Maak meer doelpunten dan de tegenstander. Een doelpunt telt als de bal helemaal over de doellijn tussen de palen is. Bij een gelijk aantal doelpunten eindigt de wedstrijd onbeslist, tenzij er volgens het wedstrijdreglement een winnaar moet komen.

Baan en materiaal

  1. Het speeloppervlak is een rechthoek van 40 meter lang en 20 meter breed. In het midden van elke achterlijn staat een doel van 3 meter breed en 2 meter hoog. Alle lijnen horen bij het vlak dat ze begrenzen.
  2. Voor elk doel ligt het doelgebied, begrensd door de doelgebiedlijn: een rechte lijn van 3 meter op 6 meter voor het doel, aan beide kanten doorgetrokken met een kwartcirkel met een straal van 6 meter vanaf de doelpaal. Dit is de 6-meterlijn.
  3. Drie meter verder ligt de onderbroken vrijeworplijn, de 9-meterlijn. Recht voor het doel staan nog de 7-meterlijn (1 meter lang, op 7 meter van de doellijn) en de doelverdedigersgrenslijn op 4 meter.
  4. De bal is van leer of kunststof. Heren senioren spelen met maat 3 (omtrek 58 tot 60 cm, 425 tot 475 gram), dames senioren met maat 2 (54 tot 56 cm, 325 tot 375 gram). Voor handbal zonder hars gelden iets kleinere en lichtere ballen.
  5. Een team bestaat uit maximaal 16 spelers, van wie er hooguit 7 tegelijk op het veld staan. Bij het begin van de wedstrijd moeten er minstens 5 spelers op het veld zijn. De doelverdediger draagt een shirt in een kleur die afwijkt van beide teams.
  6. Een toss bepaalt wie begint: het team dat de toss wint kiest de bal of de speelkant, het andere team krijgt wat overblijft. Na de rust wisselen de teams van kant en neemt het andere team de beginworp.

Zo verloopt het spel

Handbal kent geen beurten: het team met de bal valt aan tot het scoort, de bal verliest of een overtreding maakt. Dit is wat je met en zonder bal mag.

  1. Begin met de beginworpDe wedstrijd begint met een beginworp vanaf het midden, binnen 3 seconden na het fluitsignaal. Na elk doelpunt neemt het team dat het doelpunt tegen kreeg de beginworp.
  2. Speel de bal met je handenJe mag de bal werpen, vangen, stoppen, stoten en slaan met handen, armen, hoofd, bovenbenen en knieën; de internationale IHF-tekst noemt daarbij ook de romp. De bal met je voet of onderbeen raken is fout, behalve als een tegenstander hem ertegenaan gooit.
  3. Hooguit 3 passen en 3 secondenMet de bal in je handen mag je maximaal 3 passen zetten en hem maximaal 3 seconden vasthouden. Daarna moet je afspelen, schieten of stuiteren. Vang je de bal in de lucht, dan telt het neerkomen nog niet als een pas.
  4. Dribbel één keerJe mag de bal één keer laten stuiten en weer vangen, of hem met één hand herhaaldelijk naar de grond tippen terwijl je loopt. Pak je hem daarna weer vast, dan heb je opnieuw 3 passen en 3 seconden om hem af te spelen. Nog een keer gaan stuiteren mag pas als de bal een andere speler of het doel heeft geraakt.
  5. Blijf uit het doelgebiedVeldspelers mogen het doelgebied niet betreden, en de lijn hoort erbij. Een bal die boven het doelgebied in de lucht is mag je wel spelen. Daarom zie je aanvallers voor de lijn afzetten en schieten voordat ze neerkomen: wie na het werpen in het doelgebied landt, wordt niet bestraft zolang de tegenstander er geen nadeel van heeft.
  6. Verdedig met je lichaam, niet met je handen aan de manJe mag met een open hand de bal uit de hand van een tegenstander spelen, hem met gebogen armen begeleiden en met je romp de weg versperren. Vasthouden, duwen, tegen iemand aan lopen of springen en de bal uit iemands handen trekken of slaan mag niet.
  7. Wissel wanneer je wiltWisselen mag onbeperkt en zonder het te melden, zolang de speler die eruit gaat eerst het veld heeft verlaten en beiden de eigen wissellijn bij de middenlijn gebruiken. Een verkeerde wissel kost de speler 2 minuten tijdstraf.

Fouten, situaties en het gevolg

De meeste fouten leveren een vrije worp voor de tegenstander op, genomen op de plek van de overtreding. Scheidsrechters laten doorspelen als afbreken het benadeelde team zijn voordeel zou kosten.

SituatieBeslissing
Meer dan 3 passen met de bal, of de bal langer dan 3 seconden vasthoudenVrije worp voor de tegenstander
Opnieuw stuiteren nadat je de bal na het dribbelen hebt vastgepaktVrije worp voor de tegenstander
De bal met voet of onderbeen raken (niet aangegooid door een tegenstander)Vrije worp voor de tegenstander
Aanvaller betreedt met de bal het doelgebiedUitworp voor de doelverdediger
Verdediger betreedt het doelgebied en heeft daar voordeel vanVrije worp; 7-meterworp als hij daarmee een vrije doelkans verhindert
De bal wordt teruggespeeld naar de eigen doelverdediger in het doelgebied en die raakt hem aanVrije worp voor de tegenstander
Bal over de zijlijnInworp voor het team dat de bal niet het laatst raakte
Bal over de achterlijn, laatst geraakt door een verdedigende veldspelerInworp voor de aanvallers, vanaf de hoek
Bal over de achterlijn, laatst geraakt door de doelverdediger of een aanvallerUitworp
Vasthouden, duwen of aanlopenVrije worp, met een persoonlijke straf als de actie vooral op het lichaam gericht is
Een vrije doelkans wordt onreglementair verhinderd, waar ook op het veld7-meterworp
Het team in balbezit valt niet herkenbaar aanWaarschuwingsgebaar, daarna vrije worp voor passief spel
Verkeerde wissel of een speler te veel op het veld2 minuten tijdstraf en een vrije worp voor de tegenstander
Derde tijdstraf voor dezelfde spelerDiskwalificatie (rode kaart)

Puntentelling bij Handbal

De wedstrijd duurt 2 keer 30 minuten met 10 minuten pauze voor teams met spelers van 16 jaar en ouder. Jeugd van 12 tot 16 jaar speelt 2 keer 25 minuten, jeugd van 8 tot 12 jaar 2 keer 20 minuten. De speeltijd eindigt met het eindsignaal; een vrije worp of 7-meterworp die voor het signaal was toegekend, wordt nog genomen. Het team met de meeste doelpunten wint. Moet er bij een gelijke stand een winnaar komen, dan volgt na 5 minuten pauze een verlenging van 2 keer 5 minuten, zo nodig een tweede verlenging, en daarna beslist het wedstrijdreglement, bijvoorbeeld met 7-meterworpen.

Elk doelpunt telt voor één. Het doelpunt is geldig als de bal in zijn geheel de doellijn tussen de palen en onder de lat is gepasseerd en de werper of zijn team vlak daarvoor geen overtreding maakte. Gaat de bal in het doel terwijl een verdediger een overtreding maakte, dan telt het doelpunt gewoon. Een bal in eigen doel is een doelpunt voor de tegenstander. Elke worp kan direct een doelpunt opleveren, ook een beginworp, inworp of vrije worp. Is er een 7-meterserie nodig, dan wijst elk team 5 spelers aan die om en om werpen; is het daarna nog gelijk, dan gaat het door tot er na evenveel worpen een verschil is.

CategorieSpeeltijdPauze
16 jaar en ouder2 x 30 minuten10 minuten
12 tot 16 jaar2 x 25 minuten10 minuten
8 tot 12 jaar2 x 20 minuten10 minuten
Verlenging (als er een winnaar moet komen)2 x 5 minuten1 minuut
Rekenvoorbeeld: stand, verlenging en een tijdstrafBij rust staat het 14-12 voor team A. In de tweede helft scoort A 13 keer en B 15 keer: 27-27. In een bekerwedstrijd moet er een winnaar komen, dus volgt een verlenging van 2 keer 5 minuten. A maakt daarin 3 doelpunten, B 2: de eindstand is 30-29 voor A. Dan de tijdstraf. Een speler van B krijgt 2 minuten als de klok in de eerste helft op 29:10 staat. Tot de rust zit hij 50 seconden uit; de resterende 1 minuut en 10 seconden lopen door vanaf het begin van de tweede helft. B speelt dus tot 1:10 in de tweede helft met een speler minder.

Leeg scoreblok: gratis printen of online invullen

De doelverdediger

In het eigen doelgebied mag de doelverdediger de bal bij het afweren met elk lichaamsdeel raken, ook met de voeten, en gelden de 3 passen en 3 seconden niet voor hem. Hij mag het doelgebied zonder bal verlaten en meespelen als veldspeler; dan gelden voor hem dezelfde regels als voor de rest.

Wat niet mag: met de bal onder controle het doelgebied uit lopen, vanuit het veld met de bal terug het doelgebied in gaan, en een bal die buiten het doelgebied op de grond ligt of rolt naar binnen halen. Een team mag ook zonder doelverdediger spelen, met 7 veldspelers. Geen van hen mag dan het doelgebied in.

Vrije worp, 7-meterworp en de andere worpen

De vrije worp wordt meestal zonder fluitsignaal genomen op de plek van de overtreding. Tegenstanders houden 3 meter afstand. Ligt die plek tussen de 6- en de 9-meterlijn van de verdedigers, dan schuift de worp naar de dichtstbijzijnde plek net buiten de 9-meterlijn. De aanvallers mogen de 9-meterlijn niet raken of passeren voordat de worp is genomen; de verdedigers mogen dan direct aan hun doelgebiedlijn staan.

De 7-meterworp is een schot op doel vanaf de 7-meterlijn, binnen 3 seconden na het fluitsignaal. De werper mag de lijn niet raken of passeren voordat de bal zijn hand uit is. De doelverdediger mag naar voren komen tot de 4-meterlijn. Alle andere spelers staan buiten de 9-meterlijn, en de tegenstanders bovendien minstens 3 meter van de 7-meterlijn.

Bij de inworp staat de werper met één voet op de zijlijn. De uitworp neemt de doelverdediger vanuit zijn doelgebied; de bal is weer in het spel als hij de doelgebiedlijn helemaal is gepasseerd. Bij al deze worpen houdt de werper met één voet contact met de grond tot de bal weg is, behalve bij de uitworp en bij een beginworp vanuit het beginworp-gebied.

Waarschuwing, tijdstraf en diskwalificatie

Overtredingen die vooral op het lichaam van de tegenstander gericht zijn en onsportief gedrag worden oplopend bestraft. Een speler kan één waarschuwing (gele kaart) krijgen en een team samen hooguit drie; daarna is de volgende straf minstens een tijdstraf. Zware overtredingen, zoals een actie tegen hoofd of nek of een tegenstander naar de grond trekken, leveren direct een tijdstraf op.

Een tijdstraf duurt altijd 2 minuten speeltijd. De speler mag niet meedoen en niet worden vervangen, dus zijn team speelt met een speler minder. De derde tijdstraf voor dezelfde speler is een diskwalificatie.

Bij een diskwalificatie (rode kaart) is de wedstrijd voor die speler voorbij en moet hij ook de wisselzone verlaten. Zijn team speelt 2 minuten met een speler minder en mag zich daarna weer aanvullen met een andere speler. Voor de ergste gevallen tonen de scheidsrechters na de rode ook een blauwe kaart: er volgt dan een schriftelijk rapport.

Passief spel

Een team mag de bal niet in bezit houden zonder een herkenbare poging om aan te vallen of op doel te schieten. Zien de scheidsrechters dat aankomen, dan geven ze het waarschuwingsgebaar. Vanaf dat moment kunnen ze op elk moment fluiten, en het team heeft nog maximaal 4 passes: komt de vijfde pass aan bij een medespeler zonder dat er op doel is geschoten, dan krijgt de tegenstander een vrije worp.

De toelichting bij de spelregels noemt een paar uitzonderingen op die telling. Een pass telt niet mee als de ontvanger hem door een overtreding van de verdediging niet onder controle krijgt, of als een verdediger de pass of het schot blokt en de bal daarna over de zijlijn of achterlijn gaat. Een vrije worp of inworp voor de aanvallers zet de telling niet op nul. Krijgen de aanvallers na de vierde pass nog een vrije worp of inworp, of wordt hun schot dan geblokt, dan mogen ze één extra pass geven om de aanval af te maken. Bonden mogen voor jeugd en lagere niveaus een ander aantal passes afspreken, met een maximum van zes.

Discussie tijdens het spel: wat mag wel en wat niet?

De vragen waar het bij Handbal het vaakst over gaat. Bij elk antwoord staat of het zo in de regels staat of dat het een huisregel is.

Officiële regel

Mag je in het doelgebied landen na een sprongschot?

Ja. Je moet buiten de 6-meterlijn afzetten en de bal moet je hand uit zijn voordat je de grond raakt. Het doelgebied betreden nadat je de bal hebt gespeeld wordt niet bestraft, zolang de tegenstander er geen nadeel van heeft. Sta je bij het afzetten op de lijn, dan heb je het doelgebied wel betreden.

Officiële regel

Hoeveel stappen mag je zetten met de bal?

Drie. Daarna moet je afspelen, schieten of stuiteren. Na een stuit of na het dribbelen mag je de bal weer vastpakken en opnieuw 3 passen zetten. Vang je de bal terwijl je in de lucht bent, dan is het neerkomen geen pas.

Officiële regel

Mag je de bal met je voet tegenhouden?

Nee, als veldspeler mag je de bal niet met voet of onderbeen raken, tenzij een tegenstander hem ertegenaan gooit. Bovenbeen en knie mogen wel. Alleen de doelverdediger mag bij het afweren in zijn doelgebied alles gebruiken.

Officiële regel

Mag je terugspelen op je eigen keeper?

Niet als hij in zijn doelgebied staat. Speel je de bal je eigen doelgebied in en raakt de doelverdediger hem aan, dan krijgt de tegenstander een vrije worp. Komt de doelverdediger eerst zonder bal het doelgebied uit, dan is hij een gewone veldspeler en mag je hem aanspelen.

Officiële regel

Is een 7-meterworp alleen voor overtredingen bij de cirkel?

Nee. Het gaat om het onreglementair verhinderen van een vrije doelkans, en dat kan overal op het veld gebeuren, bijvoorbeeld bij een uitbraak op de middenlijn. Andersom levert een gewone overtreding vlak bij de cirkel alleen een vrije worp aan de 9-meterlijn op.

Officiële regel

Mag de bal worden afgepakt?

Je mag de bal met een open hand uit de hand van de tegenstander tikken. Hem uit iemands handen trekken of slaan is een overtreding.

Officiële regel

Na hoeveel tijd is het passief spel?

Er staat geen aantal seconden in de regels. De scheidsrechters beoordelen of een team nog probeert aan te vallen. Pas na het waarschuwingsgebaar geldt een harde grens: maximaal 4 passes.

Veelgemaakte fouten

  • Stuiteren, de bal vastpakken en dan opnieuw gaan stuiteren. Na het vastpakken moet je binnen 3 passen en 3 seconden afspelen of schieten.
  • Op de 6-meterlijn afzetten. De lijn hoort bij het doelgebied, dus dan sta je erin.
  • Te dicht bij de werper gaan staan. Bij een vrije worp, inworp en beginworp is de afstand 3 meter.
  • Een speler met tijdstraf vervangen. Het team speelt de volle 2 minuten met een speler minder.
  • Denken dat de keeper buiten zijn doelgebied nog met zijn voeten mag spelen. Daar is hij een gewone veldspeler.

Varianten en huisregels

Jeugdhandbal

Officieel: kortere speeltijden (2 x 25 en 2 x 20 minuten) en kleinere ballen. Het NHV heeft voor de D-, E- en F-jeugd eigen spelregels en richtlijnen; die zijn voor deze pagina niet uitgewerkt.

Team time-out

Officieel: de internationale regels geven elk team per helft een team time-out van 1 minuut. Het NHV staat team time-outs alleen toe in de hoogste competities, met maximaal 3 per team per wedstrijd.

Beginworp-gebied

Officieel: een cirkel van 4 meter doorsnee op het midden van waaruit de beginworp lopend genomen mag worden. In Nederland wordt dit volgens het NHV alleen in de hoogste competities toegepast; elders gaat de beginworp vanaf de middenlijn.

Beachhandbal

Een aparte spelvorm op zand met een eigen reglement. De regels op deze pagina gelden daar niet.

Tips die uit de regels volgen

  • Zet je sprong in vlak voor de 6-meterlijn en schiet in de lucht. Zo win je afstand zonder het doelgebied te betreden.
  • Bewaar je dribbel. Wie direct stuitert, heeft daarna alleen nog 3 passen en moet de bal kwijt.
  • Schiet na het waarschuwingsgebaar voor passief spel op tijd: na de vierde pass moet er een schot volgen, want een vijfde pass kost je de bal.

Handig erbij

Wie begint?

Vul het aantal spelers in, of de namen met komma's ertussen.

Bronnen en controle

Deze uitleg is in eigen woorden geschreven op basis van het officiële reglement. Wijkt jullie editie af, dan gaat het regelboek uit de doos voor.

  • Spelregels Nederlands Handbal Verbond, afgeleid van de IHF-spelregels (zaalhandbal) · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Uitgave juli 2025, editie 1 juli 2025, versie 1.2.1. Gebruikt: voorwoord en regels 1 tot en met 16 (onder meer 1:1-1:9, 2:1-2:2, 3:2, 4:1, 4:4-4:6, 5:1-5:10, 6:1-6:7, 7:1-7:12, 8:1-8:4, 9:1-9:3, 10 tot en met 15, 16:1-16:9) en toelichting 4 over passief spel.
  • NHV kennisbank: spelregels · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Overzichtspagina met de downloads van de spelregels voor zaal, jeugd en beach.
  • IX. Rules of the Game for Indoor Handball (IHF) · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Engelstalig internationaal reglement, editie 1 juli 2025. Gebruikt ter controle van veldmaten, speeltijd, 3 seconden, tijdstraf en de 4 passes bij passief spel. Regel 7:1 noemt hier ook de romp (torso) bij de toegestane lichaamsdelen; de Nederlandse vertaling niet.

Geschreven met hulp van AI en daarna regel voor regel naast de bron gelegd. Zo werken we. Klopt er iets niet? Meld het ons, dan passen we het aan.

Verder spelen

Vergelijkbare spellen

Alle sporten