Naar de inhoud
Spelregelwijzer Zoek een spel

Spelregels Voetbal

Elf tegen elf: buitenspel, vrije trappen, kaarten en hervattingen

Door Redactie Spelregelwijzer · gecontroleerd op 13 oktober 2026
Bron: officieel reglement (Spelregels veldvoetbal 2026/'27 (KNVB, vertaling van de IFAB Laws of the Game))

Spelers: 22 spelers Speelduur: 1,5-2 uur

Dit heb je nodig

  • Voetbalveld van 90 tot 120 meter lang en 45 tot 90 meter breed, met twee doelen
  • Voetbal met een omtrek van 68 tot 70 cm en een gewicht van 410 tot 450 gram
  • Twee teams van elf spelers, van wie één keeper
  • Vier hoekvlaggen van minstens 1,50 meter hoog
  • Een scheidsrechter met een fluit, een gele en een rode kaart

Voetbal speel je met twee teams van elf, twee helften van 45 minuten en één doel: de bal vaker in het doel van de ander krijgen. Veldspelers mogen de bal niet met hand of arm spelen. De regels van voetbal zijn wereldwijd dezelfde: de IFAB stelt ze vast en de KNVB geeft ze elk seizoen in het Nederlands uit. Deze pagina volgt de editie 2026/'27 en legt de hoofdlijnen uit, met extra aandacht voor buitenspel.

De regels van Voetbal in het kort

  • Twee teams van maximaal 11 spelers, onder wie een keeper; met minder dan 7 spelers kan een team niet spelen.
  • Twee helften van 45 minuten, hooguit 15 minuten rust, en bijgetelde tijd voor oponthoud.
  • Een doelpunt telt als de bal helemaal over de doellijn is, tussen de palen en onder de lat.
  • Alleen de keeper mag de bal met de handen spelen, en alleen in het eigen strafschopgebied.
  • Buitenspel sta je op de helft van de tegenstander als je dichter bij de doellijn bent dan de bal en de voorlaatste tegenstander, en je je met het spel bemoeit.
  • Geel is een waarschuwing, twee keer geel of direct rood is het veld af.

Print het spiekbriefje (1 A4)

Doel van het spel

Maak meer doelpunten dan de tegenstander. Bij een gelijke stand is het een gelijkspel, tenzij de competitie een winnaar eist: dan volgen een verlenging, strafschoppen of allebei.

Baan en materiaal

  1. Het veld is een rechthoek waarvan de zijlijn langer is dan de doellijn: 90 tot 120 meter lang en 45 tot 90 meter breed. Voor internationale wedstrijden geldt 100 tot 110 bij 64 tot 75 meter. De KNVB schrijft 100 tot 105 meter bij 64 tot 69 meter voor.
  2. Alle lijnen zijn even breed, hooguit 12 cm, en horen bij het gebied dat ze begrenzen. De middenlijn verdeelt het veld in twee helften; om de middenstip ligt een cirkel met een straal van 9,15 meter.
  3. Het doel is 7,32 meter breed en 2,44 meter hoog, gemeten aan de binnenkant van de palen en de onderkant van de lat. Palen en lat zijn wit.
  4. Het doelgebied loopt 5,50 meter naast elke paal en 5,50 meter het veld in. Het strafschopgebied loopt 16,50 meter naast elke paal en 16,50 meter het veld in. De strafschopstip ligt op 11 meter van het midden van de doellijn, met buiten het strafschopgebied een boog op 9,15 meter van de stip.
  5. In elke hoek staat een vlag van minstens 1,50 meter met een kwartcirkel van 1 meter voor de hoekschop.
  6. Een team begint met hooguit elf spelers, van wie één de keeper is. Wisselspelers worden vooraf opgegeven bij de scheidsrechter.
  7. De scheidsrechter tost. Wie wint, kiest welk doel het team in de eerste helft verdedigt of neemt de aftrap; de ander krijgt wat overblijft. Na de rust wisselen de teams van helft.

Zo verloopt het spel

Het spel loopt door tot de bal uit is of de scheidsrechter fluit. Elke onderbreking heeft een vaste hervatting.

  1. Trap afDe bal ligt stil op de middenstip. Alle spelers staan op hun eigen helft, behalve de nemer, en de tegenstanders blijven op 9,15 meter. De bal is in het spel zodra hij is getrapt en duidelijk beweegt. Uit een aftrap mag je direct scoren. Na elk doelpunt trapt het team af dat het doelpunt tegen kreeg.
  2. Speel zonder handenVeldspelers spelen de bal met voet, hoofd of lichaam, niet met hand of arm. De arm begint bij de onderkant van de oksel. De keeper mag de bal in het eigen strafschopgebied wel met de handen spelen, maar mag hem hooguit 8 seconden vasthouden.
  3. Blijf uit buitenspelEen aanvaller die op het moment van de pass in buitenspelpositie staat en zich daarna met het spel bemoeit, wordt teruggefloten. De tegenpartij krijgt een indirecte vrije trap op de plek van de overtreding.
  4. Bal over de zijlijn: inworpIs de bal helemaal over de zijlijn, dan gooit de tegenpartij van wie hem het laatst raakte in. Je staat met je gezicht naar het veld, met een deel van beide voeten op of achter de lijn, en gooit met twee handen van achter en over je hoofd. Tegenstanders blijven op 2 meter. Een foute inworp gaat naar de tegenpartij.
  5. Bal over de doellijn: doelschop of hoekschopRaakte een aanvaller de bal het laatst, dan volgt een doelschop vanaf een willekeurige plek in het doelgebied; de tegenstanders blijven buiten het strafschopgebied tot de bal in het spel is. Raakte een verdediger hem het laatst, dan is het een hoekschop vanuit de kwartcirkel, met de tegenstanders op 9,15 meter.
  6. Overtreding: vrije trap of strafschopNa een overtreding krijgt de tegenpartij een directe of indirecte vrije trap op de plek van de overtreding, met de tegenstanders op 9,15 meter. Een overtreding waar een directe vrije trap op staat en die een speler in het eigen strafschopgebied begaat, levert een strafschop op. Heeft de tegenpartij meer aan doorspelen, dan past de scheidsrechter de voordeelregel toe.
  7. Wissel tijdens een onderbrekingEen wissel gaat via de scheidsrechter en alleen als het spel stilligt. De invaller komt er bij de middenlijn in nadat de ander het veld af is. Wie gewisseld wordt, verlaat het veld bij de dichtstbijzijnde lijn en heeft daar 10 seconden voor.
  8. Rust en bijgetelde tijdNa 45 minuten is het rust, hooguit 15 minuten. De scheidsrechter telt aan het eind van elke helft tijd bij voor wissels, blessures, tijdrekken, kaarten, drinkpauzes, VAR-controles en het vieren van doelpunten. Een strafschop die op het eind van een helft wordt gegeven, wordt altijd nog genomen.

Overtredingen en de straf

Vrije trappen en strafschoppen worden alleen gegeven voor overtredingen terwijl de bal in het spel is. Uit een directe vrije trap mag je meteen scoren; bij een indirecte moet eerst een andere speler de bal raken. De scheidsrechter steekt bij een indirecte vrije trap een arm omhoog.

OvertredingStraf
Trappen, laten struikelen, duwen, slaan, aanspringen of aanvallen op een onvoorzichtige manierDirecte vrije trap
Vasthouden, blokkeren met contact, handsDirecte vrije trap
Een van die overtredingen in het eigen strafschopgebiedStrafschop
Dezelfde overtreding, maar onbesuisd begaanDirecte vrije trap en een gele kaart
Dezelfde overtreding met buitensporige inzet, of ernstig gemeen spelDirecte vrije trap en een rode kaart
Gevaarlijk spel zonder contact, of een tegenstander de weg versperren zonder contactIndirecte vrije trap
Strafbaar buitenspelIndirecte vrije trap
Keeper pakt met de handen een bal die een medespeler bewust naar hem trapte of ingooideIndirecte vrije trap
Keeper houdt de bal langer dan 8 seconden vastHoekschop voor de tegenpartij
Nemer raakt de bal na een vrije trap, inworp, doelschop of hoekschop een tweede keer voordat een ander hem raaktIndirecte vrije trap
Protesteren, een hervatting vertragen, onsportief gedrag, steeds opnieuw overtredingen makenGele kaart
Een doelpunt of duidelijke scoringskans ontnemen met opzettelijk handsRode kaart
Een duidelijke scoringskans ontnemen met een overtreding in het eigen strafschopgebied, in een poging de bal te spelenStrafschop en een gele kaart
Gewelddadig gedrag, bijten of spugen, grove of beledigende taalRode kaart
Tweede gele kaart in dezelfde wedstrijdRode kaart

Puntentelling bij Voetbal

De wedstrijd eindigt als de scheidsrechter na de tweede helft, inclusief de bijgetelde tijd, affluit. Het team met de meeste doelpunten wint; bij een gelijke stand is het een gelijkspel. Moet er een winnaar komen, dan mag de competitie kiezen uit de regel van de uitdoelpunten, een verlenging van twee keer hooguit 15 minuten en een strafschoppenserie, of een combinatie daarvan.

Elk doelpunt telt voor één. Een doelpunt is geldig als de bal helemaal over de doellijn is gegaan, tussen de palen en onder de lat, en het scorende team geen overtreding heeft gemaakt. In een strafschoppenserie nemen de teams om en om vijf strafschoppen, elk door een andere speler. De serie stopt zodra een team niet meer in te halen is. Staat het na vijf strafschoppen elk gelijk, dan gaat het door tot een team na evenveel pogingen één doelpunt meer heeft. Pas als alle spelers van een team zijn geweest, mag iemand een tweede keer.

HervattingDirect scoren bij de tegenstander?Bal direct in eigen doel
AftrapJaHoekschop tegen
Directe vrije trapJaHoekschop tegen
Indirecte vrije trapNee, dan volgt een doelschopHoekschop tegen
StrafschopJaNiet van toepassing
InworpNee, dan volgt een doelschopHoekschop tegen
DoelschopJaHoekschop tegen
HoekschopJaHoekschop tegen
Rekenvoorbeeld: een strafschoppenserieNa 90 minuten en een verlenging staat het 1-1. Team A begint. A scoort de eerste drie strafschoppen. B mist de eerste, scoort de tweede en mist de derde. Stand na drie elk: 3-1. A scoort ook de vierde: 4-1. B heeft nu drie strafschoppen genomen en heeft er nog twee te gaan. Met die twee kan B hooguit op 1 + 2 = 3 komen, en dat is minder dan 4. De serie stopt direct en A wint de strafschoppen met 4-1. De vierde en vijfde van B en de vijfde van A worden niet meer genomen.

Leeg scoreblok: gratis printen of online invullen

Buitenspel uitgelegd

Buitenspel bestaat uit twee stappen: eerst de positie, dan wat je ermee doet. Alleen in buitenspelpositie staan is geen overtreding.

Je staat in buitenspelpositie als je met je hoofd, lichaam of voeten op de helft van de tegenstander bent en dichter bij hun doellijn dan zowel de bal als de voorlaatste tegenstander. De laatste tegenstander is meestal de keeper, de voorlaatste dus meestal de achterste verdediger. Handen en armen tellen niet mee, ook niet die van de keeper. Sta je gelijk met de voorlaatste tegenstander of met de laatste twee, dan sta je niet buitenspel. De middenlijn telt als eigen helft.

Het moment dat telt is het moment waarop een medespeler de bal speelt of raakt. Waar je staat als je de bal ontvangt, doet er niet toe.

Strafbaar wordt het pas als je vanuit die positie actief meedoet: je speelt de bal, je hindert een tegenstander (bijvoorbeeld door de keeper het zicht te ontnemen of een duel aan te gaan), of je haalt voordeel uit een bal die terugkomt van paal, lat, scheidsrechter of tegenstander, of uit een redding.

Speelt een tegenstander de bal bewust en met controle naar jou, dan trek je geen voordeel uit je positie, behalve als het een bewuste redding was. Een bal die alleen van een verdediger afketst, heft buitenspel dus niet op.

  • Geen buitenspel als je de bal rechtstreeks krijgt uit een doelschop, een inworp of een hoekschop.
  • Geen buitenspel op je eigen helft.
  • Geen buitenspel als je achter de bal staat op het moment van de pass.
  • De straf is een indirecte vrije trap op de plek waar de speler strafbaar buitenspel stond, ook als dat op zijn eigen helft is.

Spelers en wissels

In officiële competities bepaalt de bond hoeveel wissels een team mag gebruiken, met een maximum van vijf. In topcompetities waar vijf wissels zijn toegestaan, heeft elk team daarvoor drie wisselmomenten, plus de rust. Wisselen beide teams tegelijk, dan kost dat elk een wisselmoment.

Teruggewisselde spelers opnieuw laten invallen mag alleen in het jeugd-, veteranen- en G-voetbal en op de laagste niveaus, als de bond dat toestaat. In andere wedstrijden, zoals oefenwedstrijden, spreken de teams het aantal wissels af en melden ze dat aan de scheidsrechter; zonder afspraak is het maximum zes.

Een speler die na de aftrap een rode kaart krijgt, mag niet worden vervangen. Heeft een team minder dan zeven spelers over, dan kan de wedstrijd niet worden voortgezet.

De keeper mag van plaats ruilen met een veldspeler, maar alleen tijdens een onderbreking en nadat de scheidsrechter het weet.

Wat is nieuw in de editie 2026/'27

De editie 2026/'27 bevat een overzicht van de wijzigingen. Voor spelers en toeschouwers vallen deze het meest op:

  • Wissel: de speler die eruit gaat, moet binnen 10 seconden van het veld zijn. Lukt dat niet, dan mag de invaller pas het veld in bij de eerste onderbreking nadat er één minuut is gespeeld.
  • Inworp: treuzelt een team, dan telt de scheidsrechter zichtbaar 5 seconden af. Is de bal dan niet in het spel, dan gaat de inworp naar de tegenpartij.
  • Doelschop: hetzelfde aftellen van 5 seconden. Te laat betekent een hoekschop voor de tegenpartij.
  • Blessure: een veldspeler die op het veld wordt beoordeeld of behandeld, of voor wie het spel wordt stilgelegd, gaat van het veld en blijft daar tot één minuut na de hervatting. Er zijn uitzonderingen, onder meer voor keepers en ernstige blessures.
  • Strafschop: raakt de nemer de bal per ongeluk twee keer en gaat hij erin, dan wordt de strafschop overgenomen. Gaat hij er niet in, dan volgt een indirecte vrije trap.
  • VAR: mag nu ook kijken naar een rode kaart die volgt uit een duidelijk onterechte tweede gele. Een kaart voor de verkeerde speler kan nu ook worden hersteld als de echte overtreder bij het andere team hoort.
  • Vooruitblik: de richtlijn dat alleen de aanvoerder de scheidsrechter mag aanspreken, wordt verplicht voor competities die op of na 1 juli 2027 beginnen.

Discussie tijdens het spel: wat mag wel en wat niet?

De vragen waar het bij Voetbal het vaakst over gaat. Bij elk antwoord staat of het zo in de regels staat of dat het een huisregel is.

Officiële regel

Sta je buitenspel als je gelijk staat met de laatste verdediger?

Nee. Wie gelijk staat met de voorlaatste tegenstander, of met de laatste twee, staat niet in buitenspelpositie. Handen en armen tellen bij die vergelijking niet mee.

Officiële regel

Kun je buitenspel staan bij een inworp?

Nee. Uit een inworp, een doelschop en een hoekschop kun je de bal rechtstreeks ontvangen zonder buitenspel te staan. Bij een vrije trap geldt buitenspel wel.

Officiële regel

Is elke bal tegen de hand hands?

Nee. Het is hands als je de bal opzettelijk met hand of arm raakt, of als je arm je lichaam onnatuurlijk groter maakt. Daarnaast telt een doelpunt nooit als de bal rechtstreeks van de hand of arm van de scorende speler komt, of als die speler meteen na zo'n contact scoort, ook als het per ongeluk ging.

Officiële regel

Mag de keeper een terugspeelbal oppakken?

Niet als een medespeler de bal bewust naar hem trapt of rechtstreeks naar hem ingooit. Pakt hij die toch met de handen, dan krijgt de tegenpartij een indirecte vrije trap. Een bal die met het hoofd of de borst wordt teruggespeeld mag hij wel pakken, tenzij het een truc is om de regel te omzeilen.

Officiële regel

Telt een doelpunt rechtstreeks uit een inworp?

Nee. Gaat de bal uit een inworp direct het doel van de tegenstander in, dan volgt een doelschop. Uit een aftrap, hoekschop, doelschop en directe vrije trap mag je wel rechtstreeks scoren.

Officiële regel

Hoe lang mag de keeper de bal vasthouden?

Acht seconden. De scheidsrechter telt de laatste vijf zichtbaar af met zijn hand. Houdt de keeper de bal langer vast, dan krijgt de tegenpartij een hoekschop.

Officiële regel

Is een overtreding in de zestien altijd rood?

Nee. Ontneemt een verdediger in het eigen strafschopgebied een duidelijke scoringskans terwijl hij de bal probeert te spelen, dan is het een strafschop en geel. Rood volgt bij vasthouden, trekken, duwen of als er geen kans was om de bal te spelen, en bij opzettelijk hands.

Veelgemaakte fouten

  • Buitenspel beoordelen op het moment dat de aanvaller de bal krijgt. Het gaat om het moment waarop de medespeler de bal speelt.
  • Denken dat alleen in buitenspelpositie staan al een overtreding is. Je moet je ook met het spel bemoeien.
  • Een inworp nemen met één voet los van de grond of volledig in het veld. Een deel van beide voeten moet op of achter de lijn staan.
  • Bij een indirecte vrije trap direct op doel schieten. Gaat de bal er zonder tussenkomst in, dan is het een doelschop.
  • Een doelschop pas 'in het spel' vinden als de bal het strafschopgebied uit is. De bal is in het spel zodra hij is getrapt en duidelijk beweegt.
  • Denken dat een team na een rode kaart een wissel mag inzetten om weer met elf te staan. Een weggestuurde speler wordt niet vervangen.

Varianten en huisregels

Verlenging en strafschoppen

Officiële optie voor wedstrijden waar een winnaar nodig is: twee keer hooguit 15 minuten verlenging, een strafschoppenserie of allebei.

Tijdstraf

Officiële optie voor jeugd-, veteranen- en G-voetbal en de laagste niveaus, als de bond het toestaat: een gele kaart betekent dan een tijdelijke verwijdering van 10 tot 15 procent van de speeltijd, bijvoorbeeld 10 minuten bij een wedstrijd van 90 minuten.

Doorwisselen

Officiële optie voor dezelfde categorieën: gewisselde spelers mogen opnieuw invallen als de bond dat toestaat.

Kleinere velden en teams bij de jeugd

De IFAB laat bonden voor jeugd, veteranen, G-voetbal en de laagste niveaus de veldmaten, de bal, de doelen, de speeltijd en het aantal spelers aanpassen. De KNVB heeft daarvoor eigen wedstrijdvormen; die staan niet op deze pagina.

Tips die uit de regels volgen

  • Loop als aanvaller pas diep op het moment dat de pass vertrekt. Je mag daarna voorbij de laatste verdediger zijn; alleen je positie bij het spelen van de bal telt.
  • Neem een vrije trap snel als de tegenstander nog niet klaarstaat. Onderschept een speler die te dichtbij staat de bal, dan laat de scheidsrechter doorspelen, dus kijk eerst.
  • Treuzel niet bij een inworp of doelschop als je voorstaat. Na vijf tellen ben je de bal kwijt, en bij een doelschop krijgt de tegenstander een hoekschop.

Handig erbij

Wie begint?

Vul het aantal spelers in, of de namen met komma's ertussen.

Veelgestelde vragen over Voetbal

Wat zijn de regels van voetbal?

Twee teams van elf spelen twee helften van 45 minuten en proberen de bal in het doel van de ander te krijgen. Alleen de keeper mag in het eigen strafschopgebied de handen gebruiken. Overtredingen leveren een vrije trap of strafschop op, buitenspel een indirecte vrije trap, en de scheidsrechter kan gele en rode kaarten geven.

Hoe werkt de buitenspelregel?

Je staat in buitenspelpositie als je op de helft van de tegenstander dichter bij de doellijn bent dan de bal en de voorlaatste tegenstander, op het moment dat een medespeler de bal speelt. Het wordt pas bestraft als je je dan met het spel bemoeit. Uit een inworp, doelschop of hoekschop kun je niet buitenspel staan.

Wat zijn de nieuwe spelregels in het voetbal?

In de editie 2026/'27 moet een gewisselde speler binnen 10 seconden het veld af zijn en telt de scheidsrechter 5 seconden af bij een vertraagde inworp of doelschop: te laat betekent een inworp of hoekschop voor de tegenpartij. Een speler die op het veld wordt behandeld, blijft tot één minuut na de hervatting aan de kant.

Bronnen en controle

Deze uitleg is in eigen woorden geschreven op basis van het officiële reglement. Wijkt jullie editie af, dan gaat het regelboek uit de doos voor.

  • Spelregels veldvoetbal 2026/'27 (KNVB, vertaling van de IFAB Laws of the Game) · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Editie 2026/'27, 143 pagina's. Gebruikt: Regel 1 (veld), 2 (bal), 3 (spelers en wissels), 7 (duur), 8 (aftrap), 9, 10 (uitslag en strafschoppenserie), 11 (buitenspel), 12 (overtredingen en kaarten), 13 tot en met 17 (hervattingen), de protocollen voorin en het hoofdstuk Spelregelwijzigingen 2026/'27.
  • KNVB: spelregeldocumenten veldvoetbal · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Overzichtspagina met de Nederlandse en Engelse spelregels 2026/'27 en de spelregelwijzigingen.

Geschreven met hulp van AI en daarna regel voor regel naast de bron gelegd. Zo werken we. Klopt er iets niet? Meld het ons, dan passen we het aan.

Verder spelen

Vergelijkbare spellen

Alle sporten