Spelregels Dammen
Slaan moet, achteruit slaan mag en meerslag gaat voor
Door Redactie Spelregelwijzer · gecontroleerd op 13 oktober 2026
Bron: officieel reglement (Spel- en Wedstrijdreglement (KNDB))
Dit heb je nodig
- een dambord van 10 bij 10, dus 100 velden
- 20 witte en 20 zwarte schijven
- eventueel een klok en papier om de zetten te noteren
Dammen speel je met zijn tweeën op een bord van 100 velden, ieder met 20 schijven. De regels van dammen op een rij: je schuift schuin vooruit, slaat door over een stuk van de ander heen te springen en wint als je tegenstander geen zet meer kan doen. Deze pagina volgt het spelreglement van de Koninklijke Nederlandse Dambond (KNDB), het internationale damspel. De drie regels waar thuis de meeste discussie over is: slaan is verplicht, een schijf mag ook achteruit slaan, en je moet de slag nemen die de meeste stukken oplevert.
De regels van Dammen in het kort
- Twee spelers, elk 20 schijven op de donkere velden van een bord van 10 bij 10.
- Wit begint. Daarna doe je om de beurt één zet.
- Een schijf schuift één veld schuin vooruit, nooit achteruit.
- Slaan is verplicht en mag met een schijf zowel vooruit als achteruit.
- Kun je op meer manieren slaan, dan moet je de slag met de meeste stukken nemen.
- Een schijf die op de overkant eindigt wordt een dam en mag over hele lijnen bewegen.
Doel van het spel
Je wint als je tegenstander aan zet is en geen reglementaire zet meer kan doen. Dat gebeurt als al zijn stukken geslagen zijn, maar ook als zijn overgebleven stukken allemaal vastzitten. Opgeven kan ook.
Voorbereiding
- Leg het bord zo neer dat de lange diagonaal van donkere velden van linksonder naar rechtsboven loopt. Beide spelers hebben dan een donker hoekveld linksonder.
- Er wordt alleen op de 50 donkere velden gespeeld. De lichte velden doen niet mee.
- Zet je 20 schijven op de 20 donkere velden die het dichtst bij je liggen. Dat zijn de eerste vier rijen aan jouw kant.
- In het midden blijven twee rijen leeg.
- Voor de notatie zijn de speelvelden genummerd van 1 tot en met 50. Zwart staat op 1 tot en met 20, wit op 31 tot en met 50. Veld 46 is het hoekveld linksonder van wit.
- Spreek af wie wit heeft. Wit doet de eerste zet.
Hoe speel je Dammen? Een beurt in stappen
Je bent om de beurt aan zet en moet altijd iets doen: passen bestaat niet. Een zet is óf schuiven, óf slaan.
- Kijk eerst of je kunt slaanSlaan is verplicht. Kan één van je stukken slaan, dan mag je niet gewoon schuiven. Dat geldt ook als de slag je slecht uitkomt.
- Schuiven met een schijfKun je niet slaan, dan schuif je één schijf schuin vooruit naar een leeg veld op de volgende rij. Achteruit schuiven mag een schijf niet.
- Slaan met een schijfStaat er op een aangrenzend veld een stuk van de tegenstander, voor je of achter je, en is het veld daar direct achter leeg, dan spring je eroverheen naar dat lege veld. Een schijf slaat dus ook achteruit.
- Doorslaan (meerslag)Kun je vanaf het veld waar je landt opnieuw slaan, dan ga je in dezelfde beurt door, net zo lang tot het niet meer kan. Je mag onderweg een leeg veld vaker passeren, maar je mag niet twee keer over hetzelfde stuk springen.
- Kies de grootste slagZijn er meerdere slagen mogelijk, dan ben je verplicht die te nemen waarmee je de meeste stukken slaat. Is het aantal gelijk, dan kies je zelf.
- Haal de geslagen stukken wegDe geslagen stukken neem je pas na afloop van de hele slag van het bord, in de volgorde waarin je ze sloeg. Tijdens de slag blijven ze dus staan en kunnen ze in de weg staan.
- Dam halenEindigt je schijf na een zet of slag op de achterste rij van de tegenstander, dan promoveert hij tot dam. Je kroont hem door er een tweede schijf bovenop te leggen. Daarna is de beurt voorbij.
Schijf en dam naast elkaar
Een dam is geen ander spelstuk maar een schijf met een schijf erbovenop. Wat hij mag verschilt flink van een gewone schijf.
| Wat | Schijf | Dam |
|---|---|---|
| Schuiven | Eén veld schuin vooruit | Schuin vooruit of achteruit, zo ver als de lijn vrij is |
| Slaan | Over een stuk direct naast hem, vooruit of achteruit, naar het lege veld er direct achter | Over een stuk verderop op dezelfde lijn, als de velden ertussen leeg zijn en er achter dat stuk één of meer lege velden zijn |
| Landen na een slag | Altijd op het veld direct achter het geslagen stuk | Op een leeg veld naar keuze achter het geslagen stuk |
| Telt bij meerslag als | Eén stuk | Eén stuk |
| Promotie | Wordt dam als hij op de overkant tot stilstand komt | Blijft dam |
Puntentelling bij Dammen
De partij is afgelopen zodra de speler die aan zet is niet meer kan zetten: hij heeft verloren. Geen stukken meer hebben is daar een voorbeeld van, vastgezet worden ook. Daarnaast kan een partij in remise eindigen: als de spelers dat afspreken, als dezelfde stand voor de derde keer ontstaat met dezelfde speler aan zet, of volgens de telregels voor eindspelen met dammen die hieronder staan.
Een losse partij heeft geen punten: je wint, verliest of speelt remise. In wedstrijden van de KNDB krijgt de winnaar 2 punten en de verliezer 0. Bij remise krijgen beide spelers 1 punt. De uitslag van een partij is dus 2-0, 0-2 of 1-1. Organisatoren mogen een andere telling gebruiken, maar dit is de standaard.
| Uitslag | Jouw punten | Punten tegenstander |
|---|---|---|
| Je wint | 2 | 0 |
| Remise | 1 | 1 |
| Je verliest | 0 | 2 |
Wanneer is het remise?
Eindspelen met dammen kunnen eindeloos duren, omdat een dam bijna niet te vangen is. Het reglement kapt dat af met een paar telregels. De aantallen gelden per speler: bij 5 zetten doen beide spelers er dus 5.
De regel dat je pas remise mag afspreken nadat beide spelers 40 zetten hebben gedaan, geldt voor wedstrijden. Thuis spreek je dat gewoon samen af.
| Situatie | Remise na |
|---|---|
| Eén dam tegen hoogstens twee stukken, waaronder een dam | 5 zetten van beide spelers zonder beslissing |
| Eén dam tegen drie stukken, waaronder een dam | 16 zetten van beide spelers zonder beslissing |
| Er wordt alleen met dammen geschoven en niet geslagen | 25 opeenvolgende zetten van beide spelers |
| Dezelfde stand met dezelfde speler aan zet | de derde keer dat die stand ontstaat |
Aanraken is zetten
Raak je als je aan zet bent een stuk aan waarmee je een geldige zet kunt doen, dan moet je met dat stuk spelen. Uitzonderingen: je zei vooraf dat je het stuk alleen recht wilde zetten, of je raakte het duidelijk per ongeluk aan. Een zet is klaar zodra je je stuk hebt losgelaten en, bij een slag, de geslagen stukken hebt weggenomen.
Doet iemand een zet die niet mag, bijvoorbeeld niet slaan terwijl het moest, dan kiest de tegenstander: laten terugzetten en een geldige zet eisen, of de stand accepteren en doorspelen. Heeft de tegenstander zelf al een zet teruggedaan, dan blijft de foute zet staan.
Ruzie aan tafel: wat mag wel en wat niet?
De vragen waar het bij Dammen het vaakst over gaat. Bij elk antwoord staat of het zo in de regels staat of dat het een huisregel is.
Mag je met een schijf achteruit slaan?
Ja. Een schijf mag niet achteruit schuiven, maar slaan mag wel in beide richtingen: het reglement spreekt van een stuk dat hij 'voor of achter zich' tegenkomt. Dit is het internationale damspel op 100 velden. In sommige andere damvarianten is het anders, vandaar de verwarring.
Moet je slaan?
Ja, altijd. Slaan is verplicht, ook als je er zelf slechter van wordt. Goede dammers maken daar gebruik van door een schijf weg te geven en zo de ander in een slechte stelling te dwingen.
Mag je kiezen tussen een kleine en een grote slag?
Nee. Meerslag gaat voor: je moet de slag nemen waarmee je de meeste stukken slaat. Alleen bij een gelijk aantal mag je kiezen.
Telt een dam dubbel bij het tellen van een meerslag?
Nee. Het reglement telt stukken, en schijf en dam zijn allebei één stuk. Twee schijven slaan gaat dus voor op één dam slaan. Kun je kiezen tussen slaan met je schijf of met je dam en is het aantal gelijk, dan kies je zelf.
Wordt je schijf een dam als hij tijdens een slag over de achterste rij komt?
Alleen als hij daar ook eindigt. Passeert de schijf tijdens een meerslag de achterste rij en moet hij verder slaan, dan blijft het een gewone schijf.
Mag de tegenstander je schijf wegpakken als je vergeet te slaan (blazen)?
Nee. Blazen staat niet in het reglement. Wie een verplichte slag overslaat, heeft een foute zet gedaan. De tegenstander mag dan eisen dat de zet wordt teruggenomen en dat er alsnog geslagen wordt, of de stand laten staan als hem dat beter uitkomt.
Wat is een dubbele dam?
Het reglement kent alleen de dam: een schijf met een tweede schijf erbovenop, zodat je hem herkent. Met 'dubbele dam' wordt meestal die gestapelde schijf bedoeld. Je kunt wel meerdere dammen tegelijk hebben. Een dam die nog niet gekroond is, mag je niet verzetten.
Veelgemaakte fouten
- Het bord een kwartslag verkeerd neerleggen. Het hoekveld linksonder moet voor beide spelers donker zijn.
- Gewoon schuiven terwijl je ergens op het bord kunt slaan. Loop voor elke zet eerst alle slagmogelijkheden na, ook die achteruit.
- Geslagen schijven al tijdens de meerslag weghalen. Ze blijven staan tot de slag klaar is, en je mag er niet nog een keer overheen.
- De kleinere slag nemen omdat die beter uitkomt. De slag met de meeste stukken is verplicht.
- Een schijf kronen die tijdens een slag alleen over de achterste rij kwam en daarna verder moest slaan.
- Denken dat je moet doorspelen tot alle schijven op zijn. Wie niet meer kan zetten omdat alles vaststaat, heeft ook verloren.
Varianten en huisregels
Huisregel: blazen
In veel families mag je een schijf van de tegenstander wegnemen als die vergat te slaan. Dat is een huisregel. Volgens het reglement wordt de zet teruggenomen of blijft de stand staan, naar keuze van de tegenstander.
Huisregel: slaan hoeft niet
Jonge kinderen spelen soms zonder slagplicht. Dat maakt het spel eenvoudiger, maar haalt ook de kern eruit: bijna alle combinaties bij dammen bestaan doordat de ander moet slaan.
Met klok
In wedstrijden heeft elke speler een vaste bedenktijd. Wie door zijn tijd gaat zonder het afgesproken aantal zetten te hebben gedaan, verliest de partij.
Tips die uit de regels volgen
- Controleer vóór elke zet wat de tegenstander daarna moet slaan. Omdat slaan verplicht is, kun je met een offer van één schijf vaak twee of drie schijven terugslaan.
- Houd je achterste rij zo lang mogelijk bezet. Zolang daar schijven staan, kan de ander er geen dam halen.
- Speel naar het midden. Een schijf aan de rand kan maar naar één kant.
- Sta je in het eindspel een stuk achter maar heb je een dam, dan is remise via de telregels vaak nog haalbaar.
Handig aan tafel
Wie begint?
Vul het aantal spelers in, of de namen met komma's ertussen.
Veelgestelde vragen over Dammen
Wat zijn de regels van dammen?
Wit begint en daarna doe je om de beurt één zet. Een schijf schuift één veld schuin vooruit, nooit achteruit. Slaan is verplicht, mag met een schijf vooruit en achteruit, en je moet de slag met de meeste stukken nemen. Een schijf die op de overkant eindigt wordt een dam, en je wint als je tegenstander geen zet meer kan doen.
Hoe werkt dammen?
Twee spelers hebben elk 20 schijven op de donkere velden van een bord van 10 bij 10. Om de beurt schuif je een schijf schuin vooruit of sla je een stuk van de ander door eroverheen te springen. Slaan is verplicht. Wie niet meer kan zetten, verliest.
Mag je achteruit slaan met dammen?
Ja. Een schijf schuift alleen vooruit, maar slaat zowel vooruit als achteruit. Zo staat het in het spelreglement van de KNDB.
Moet je slaan bij dammen?
Ja, slaan is verplicht. Kun je op meerdere manieren slaan, dan moet je de slag kiezen waarmee je de meeste stukken van het bord haalt.
Mag je terugslaan met dammen?
Ja, een schijf mag naar achteren slaan. En als de tegenstander na jouw slag zelf kan slaan, moet hij dat ook doen.
Hoe speel je dammen?
Leg het bord met een donker veld linksonder, zet ieder 20 schijven op de eerste vier rijen en laat wit beginnen. Schuif schuin vooruit, sla als het kan en probeer de overkant te halen voor een dam.
Bronnen en controle
Deze uitleg is in eigen woorden geschreven op basis van het officiële reglement. Wijkt jullie editie af, dan gaat het regelboek uit de doos voor.
- Spel- en Wedstrijdreglement (KNDB) · geraadpleegd op 11 oktober 2026 · Versie maart 2025. Gebruikt: spelreglement artikel 1 tot en met 13 en artikel 15 (puntentelling).
- Dammen (Wikipedia) · geraadpleegd op 11 oktober 2026 · Alleen voor de beginopstelling in veldnummers: zwart op 1 t/m 20, wit op 31 t/m 50.
- Spelregels schaak- en damset (Jumbo) · geraadpleegd op 11 oktober 2026 · Ter controle van de opstelling: 20 schijven op de donkere velden het dichtst bij de speler, donker veld linksonder.
Geschreven met hulp van AI en daarna regel voor regel naast de bron gelegd. Zo werken we. Klopt er iets niet? Meld het ons, dan passen we het aan.