Dammen: spelregels in het kort
Spelers: 2 spelers Speelduur: 20-60 min
In het kort
- Twee spelers, elk 20 schijven op de donkere velden van een bord van 10 bij 10.
- Wit begint. Daarna doe je om de beurt één zet.
- Een schijf schuift één veld schuin vooruit, nooit achteruit.
- Slaan is verplicht en mag met een schijf zowel vooruit als achteruit.
- Kun je op meer manieren slaan, dan moet je de slag met de meeste stukken nemen.
- Een schijf die op de overkant eindigt wordt een dam en mag over hele lijnen bewegen.
Dit heb je nodig
- een dambord van 10 bij 10, dus 100 velden
- 20 witte en 20 zwarte schijven
- eventueel een klok en papier om de zetten te noteren
Een beurt
- Kijk eerst of je kunt slaan
- Schuiven met een schijf
- Slaan met een schijf
- Doorslaan (meerslag)
- Kies de grootste slag
- Haal de geslagen stukken weg
- Dam halen
Einde
De partij is afgelopen zodra de speler die aan zet is niet meer kan zetten: hij heeft verloren. Geen stukken meer hebben is daar een voorbeeld van, vastgezet worden ook. Daarnaast kan een partij in remise eindigen: als de spelers dat afspreken, als dezelfde stand voor de derde keer ontstaat met dezelfde speler aan zet, of volgens de telregels voor eindspelen met dammen die hieronder staan.
Schijf en dam naast elkaar
| Wat | Schijf | Dam |
|---|---|---|
| Schuiven | Eén veld schuin vooruit | Schuin vooruit of achteruit, zo ver als de lijn vrij is |
| Slaan | Over een stuk direct naast hem, vooruit of achteruit, naar het lege veld er direct achter | Over een stuk verderop op dezelfde lijn, als de velden ertussen leeg zijn en er achter dat stuk één of meer lege velden zijn |
| Landen na een slag | Altijd op het veld direct achter het geslagen stuk | Op een leeg veld naar keuze achter het geslagen stuk |
| Telt bij meerslag als | Eén stuk | Eén stuk |
| Promotie | Wordt dam als hij op de overkant tot stilstand komt | Blijft dam |
Puntentelling
| Uitslag | Jouw punten | Punten tegenstander |
|---|---|---|
| Je wint | 2 | 0 |
| Remise | 1 | 1 |
| Je verliest | 0 | 2 |
De vragen op een rij
Wat zijn de regels van dammen?
Wit begint en daarna doe je om de beurt één zet. Een schijf schuift één veld schuin vooruit, nooit achteruit. Slaan is verplicht, mag met een schijf vooruit en achteruit, en je moet de slag met de meeste stukken nemen. Een schijf die op de overkant eindigt wordt een dam, en je wint als je tegenstander geen zet meer kan doen.
Hoe werkt dammen?
Twee spelers hebben elk 20 schijven op de donkere velden van een bord van 10 bij 10. Om de beurt schuif je een schijf schuin vooruit of sla je een stuk van de ander door eroverheen te springen. Slaan is verplicht. Wie niet meer kan zetten, verliest.
Mag je achteruit slaan met dammen?
Ja. Een schijf schuift alleen vooruit, maar slaat zowel vooruit als achteruit. Zo staat het in het spelreglement van de KNDB.
Moet je slaan bij dammen?
Ja, slaan is verplicht. Kun je op meerdere manieren slaan, dan moet je de slag kiezen waarmee je de meeste stukken van het bord haalt.
Mag je terugslaan met dammen?
Ja, een schijf mag naar achteren slaan. En als de tegenstander na jouw slag zelf kan slaan, moet hij dat ook doen.
Hoe speel je dammen?
Leg het bord met een donker veld linksonder, zet ieder 20 schijven op de eerste vier rijen en laat wit beginnen. Schuif schuin vooruit, sla als het kan en probeer de overkant te halen voor een dam.
Spelregelwijzer: samenvatting in eigen woorden door Redactie Spelregelwijzer, gecontroleerd op 13 oktober 2026. Bron: Spel- en Wedstrijdreglement (KNDB). Dit is niet het officiële regelboek. Bij twijfel gaan de regels van de uitgever of de bond voor.