Naar de inhoud
Spelregelwijzer Zoek een spel

Spelregels Boonanza

Bonen planten, ruilen en oogsten zonder je hand te sorteren

Door Redactie Spelregelwijzer · gecontroleerd op 13 oktober 2026
Bron: officiële spelregels van 999 Games

Spelers: 3-5 spelers Leeftijd: 10+ jaar Speelduur: 45 min

Dit heb je nodig

  • 104 bonenkaarten in 8 soorten, met een munt op de achterkant
  • een bonenveldtableau per speler (één kant met 2 velden, één kant met 3 velden)
  • een startspelerkaart

Boonanza is de Nederlandse uitgave van het Duitse kaartspel Bohnanza van Uwe Rosenberg. Volgens de Boonanza regels plant je bonenkaarten op je velden, ruil je met de andere spelers en oogst je zodra een veld genoeg oplevert. Hoe meer bonen van één soort je in een veld hebt, hoe meer munten de oogst waard is. De regel die het spel maakt: je mag de volgorde van je handkaarten nooit veranderen. Wie aan het eind de meeste munten heeft, wint.

De regels van Boonanza in het kort

  • Iedereen krijgt 5 kaarten en houdt ze in de volgorde waarin ze zijn gedeeld.
  • In je beurt moet je je voorste kaart planten; de tweede mag ook.
  • Daarna draai je 2 kaarten open en ruil je met de andere spelers.
  • Alles wat is opengedraaid en geruild, moet direct geplant worden.
  • Je sluit je beurt af door 3 kaarten te trekken, die achteraan in je hand komen.
  • Het spel stopt als de trekstapel voor de derde keer op is; de meeste munten wint.

Print het spiekbriefje (1 A4)

Doel van het spel

De meeste munten verdienen. Munten krijg je door velden te oogsten: een deel van de geoogste kaarten draai je om naar de muntzijde en leg je op je muntenstapel.

Voorbereiding

  1. Geef iedere speler een bonenveldtableau. Met 3 spelers leg je de kant met 3 bonenvelden boven, met 4 of 5 spelers de kant met 2 velden.
  2. Kies een startspeler en geef die de startspelerkaart. Die kaart blijft het hele spel bij deze speler liggen.
  3. Schud de 104 bonenkaarten en deel iedereen 5 kaarten.
  4. Pak je kaarten op zonder ze te verschuiven. De eerste kaart die je kreeg, zit vooraan en is helemaal zichtbaar; elke volgende kaart komt erachter.
  5. Leg de rest als trekstapel in het midden, met de muntzijde naar boven. Ernaast komt tijdens het spel de aflegstapel.
Trekstapel Aflegstapel
Elke speler begint met 5 kaarten; in het midden: trekstapel, aflegstapel.

Zo gaat een beurt

De startspeler begint, daarna gaat de beurt met de klok mee. Een beurt bestaat altijd uit vier fases in vaste volgorde. Per veld mag maar één soort boon liggen; dezelfde soort op twee velden mag wel.

  1. Fase 1: plant uit je handJe moet de voorste kaart uit je hand op een van je velden planten. Daarna mag je ook de kaart planten die nu vooraan zit. Een derde kaart planten mag niet. Heb je geen handkaarten, dan sla je deze fase over. Past de boon nergens, dan moet je eerst een veld oogsten.
  2. Fase 2: draai 2 kaarten open en ruilDraai de bovenste 2 kaarten van de trekstapel open. Die zijn van jou: je mag ze zelf planten of ermee ruilen. Alleen de speler die aan de beurt is, ruilt met de anderen; de andere spelers ruilen niet onderling. Iedereen mag kaarten van elke plek uit zijn hand aanbieden. De verhouding is vrij: twee bonen voor één mag, en weggeven mag ook als de ontvanger het goed vindt.
  3. Geruilde kaarten apart leggenHaal een kaart pas uit je hand als de ruil rond is. Kaarten die je bij een ruil krijgt, leg je dwars naast je velden. Ze gaan niet in je hand en je mag ze niet verder ruilen. Kaarten die al op je velden liggen, kun je ook niet ruilen. Je mag blijven ruilen zolang je wilt; zeg het als je stopt.
  4. Fase 3: plant wat is opengedraaid en geruildIedere speler met dwars liggende kaarten moet die nu planten. De speler die aan de beurt is, plant ook de opengedraaide kaarten die hij niet heeft weggeruild. De volgorde bepaal je zelf. Is er geen passend of leeg veld, dan oogst je eerst een veld.
  5. Fase 4: trek 3 kaartenTrek één voor één 3 kaarten en stop ze in die volgorde achteraan in je hand. Daarna is de speler links van je aan de beurt.

De bonenmeter per soort

Het grote getal op een kaart zegt hoeveel kaarten er van die soort in het spel zitten. Onderaan staat de bonenmeter: hoeveel bonen je moet oogsten voor 1, 2, 3 of 4 munten. De namen kunnen per druk verschillen; het getal op de kaart is leidend.

BoonAantal in het spel1 munt2 munten3 munten4 munten
Blauwe boon2046810
Chiliboon (Feuerbohne)183689
Stinkboon (Saubohne)163578
Sperzieboon (Brechbohne)143567
Sojaboon122467
Oogboon (Augenbohne)102456
Rode boon82345
Tuinboon6kan niet23kan niet

Puntentelling bij Boonanza

Is de trekstapel op, dan schud je de aflegstapel en leg je die als nieuwe trekstapel neer. Het spel eindigt op het moment dat de trekstapel voor de derde keer leeg raakt. Gebeurt dat tijdens fase 2, dan maakt de speler fase 2 en 3 nog af, ook als hij maar één kaart kon opendraaien. Daarna oogst iedereen al zijn velden. Handkaarten tellen niet mee. Wie de meeste munten heeft, wint. Bij een gelijke stand wint van de betrokken spelers degene die met de klok mee het verst van de startspeler zit.

Oogsten mag op elk moment, ook als je niet aan de beurt bent. Tel de kaarten in het veld, kijk op de bonenmeter hoeveel munten dat aantal oplevert, draai zoveel kaarten om naar de muntzijde en leg ze op je muntenstapel. De rest van het veld gaat open op de aflegstapel. Je oogst altijd het hele veld, nooit een deel. Zit je tussen twee drempels in, dan krijg je de munten van de lagere drempel. Aan het eind telt elke kaart op je muntenstapel als 1 munt.

Rekenvoorbeeld: oogsten en eindtellingJe hebt 6 stinkbonen in een veld. De bonenmeter geeft 2 munten bij 5 bonen en 3 munten bij 7, dus 6 bonen leveren 2 munten op. Je draait 2 kaarten om naar de muntzijde en legt de andere 4 op de aflegstapel. Aan het eind van het spel heb je 11 kaarten op je muntenstapel. Op je velden liggen nog 4 blauwe bonen (1 munt), 2 sojabonen (1 munt) en 1 tuinboon (niets, want daar heb je er minstens 2 van nodig). Je eindigt op 11 + 1 + 1 = 13 munten. De 3 kaarten die je nog in je hand had, tellen niet mee.

Leeg scoreblok: gratis printen of online invullen

De handvolgorde: de belangrijkste regel

Je mag je hand nooit sorteren, niet op soort en niet om een andere reden. Nieuwe kaarten komen altijd achteraan, de voorste kaart moet je planten. Daardoor weet je een paar beurten vooruit welke bonen eraan komen, en precies dat maakt het ruilen interessant.

Ruilen is de enige manier om een kaart uit het midden van je hand kwijt te raken. Zit er een boon aan te komen die je velden zou verpesten, dan loont het om hem voor weinig of voor niets weg te doen voordat hij vooraan staat.

De beschermregel bij oogsten

Een veld met maar één boon mag je niet oogsten zolang je een ander veld hebt met meer dan één boon. Je kunt dus niet steeds een losse boon opruimen om je grote veld te sparen.

Hebben al je velden precies één boon, of zijn ze leeg, dan mag je wel een veld met één boon oogsten. Dat levert niets op, maar maakt ruimte.

Ruzie aan tafel: wat mag wel en wat niet?

De vragen waar het bij Boonanza het vaakst over gaat. Bij elk antwoord staat of het zo in de regels staat of dat het een huisregel is.

Officiële regel

Mag je je handkaarten op soort leggen?

Nee, nooit. De volgorde waarin je de kaarten krijgt, blijft staan. Het regelboek noemt dit de belangrijkste regel van het spel.

Officiële regel

Mogen twee spelers ruilen als geen van beiden aan de beurt is?

Nee. Elke ruil loopt via de speler die aan de beurt is. De anderen mogen alleen met hem ruilen.

Officiële regel

Mag je een kaart die je net hebt geruild weer doorruilen?

Nee. Een geruilde kaart ligt dwars naast je velden en moet in fase 3 geplant worden. Hij komt niet in je hand en gaat niet naar een derde speler.

Officiële regel

Mag je oogsten als je niet aan de beurt bent?

Ja. Oogsten mag altijd, dus ook tijdens de beurt van een ander, bijvoorbeeld om plaats te maken voor een boon die je net hebt geruild.

Officiële regel

Mag je iemand een boon cadeau geven die hij niet wil?

Nee. Weggeven mag, maar de ontvanger moet ermee instemmen. Weigert hij, dan houd je de kaart.

Officiële regel

Kun je een derde bonenveld kopen?

In de huidige regels niet. Het tableau bepaalt je aantal velden: 3 velden bij 3 spelers, 2 velden bij 4 of 5 spelers. In oudere uitgaven kon je voor 3 munten een derde veld kopen; heb je zo'n oudere doos met losse veldkaarten, dan geldt dat nog.

Staat niet in de regels

Mag je met munten betalen bij een ruil?

De regels beschrijven alleen bonen tegen bonen, in elke verhouding, en cadeaus. Over munten als betaalmiddel zegt het regelboek niets. De meeste groepen houden het bij bonen.

Veelgemaakte fouten

  • Nieuwe kaarten vooraan of ergens tussenin steken. Ze horen achteraan, in de volgorde waarin je ze trekt.
  • Een geruilde kaart in je hand stoppen. Hij moet dezelfde beurt nog op een veld.
  • Een veld half oogsten. Het veld moet na de oogst leeg zijn.
  • Een veld met één boon oogsten terwijl een ander veld er meer heeft.
  • Vergeten dat de trekstapel drie keer op moet raken. Na de eerste en tweede keer schud je de aflegstapel en speel je door.
  • De handkaarten aan het eind meetellen. Alleen de muntenstapel en de laatste oogst tellen.

Varianten en huisregels

Extra bonensoorten voor 3 tot 7 spelers (officieel, Duitse jubileumeditie)

De jubileumeditie van uitgever Amigo voegt drie soorten toe. Per spelersaantal gaan bepaalde soorten uit het spel, iedereen trekt in fase 4 om de beurt één kaart en met 3 spelers stopt het spel al als de stapel voor de tweede keer op is. Deze kaarten zitten niet in de Nederlandse basisdoos.

Derde veld kopen (regel uit oudere uitgaven)

In oudere uitgaven begon iedereen met 2 velden en kon je één keer voor 3 munten een derde veld kopen. In de huidige uitgave met tableaus is dat geschrapt.

Duel voor 2 spelers (officieel, Duitse jubileumeditie)

Een aparte variant met 3 velden per speler en een aanbod aan de tegenstander in plaats van vrij ruilen. Het spel eindigt dan zodra de trekstapel één keer op is. Ook hiervoor zijn extra bonensoorten nodig.

Boonanza met 2 personen

De Nederlandse basisdoos is voor 3 tot 5 spelers; met z'n tweeën valt het ruilen weg en werkt het spel niet. De Duitse jubileumeditie bevat een officiële duelvariant, maar die gebruikt extra bonensoorten die niet in de basisdoos zitten.

Tips die uit de regels volgen

  • Kijk twee of drie kaarten vooruit in je hand. Ruil een storende boon weg voordat hij vooraan staat, desnoods als cadeau.
  • Zeldzame soorten betalen sneller: 2 rode bonen of 2 sojabonen zijn al een munt, van de blauwe boon heb je er 4 nodig.
  • Een ruil die een ander helpt, is prima als jij er een veld mee redt. Wie nooit ruilt, moet steeds te vroeg oogsten.
  • Elke kaart die als munt op een stapel belandt, komt niet meer terug in de trekstapel. De stapel wordt dus elke ronde dunner en de derde ronde is zo voorbij.

Handig aan tafel

Wie begint?

Vul het aantal spelers in, of de namen met komma's ertussen.

Puntenteller

Voeg de spelers toe en tel per ronde de punten op. De stand blijft op dit apparaat bewaard.

Bronnen en controle

Deze uitleg is in eigen woorden geschreven op basis van de officiële spelregels. Wijkt jullie editie af, dan gaat het regelboek uit de doos voor.

Geschreven met hulp van AI en daarna regel voor regel naast de bron gelegd. Zo werken we. Klopt er iets niet? Meld het ons, dan passen we het aan.

Verder spelen

Vergelijkbare spellen

Alle kaartspellen