Spelregels Phase 10
Tien fases, in vaste volgorde, en niemand wacht op je
Door Redactie Spelregelwijzer · gecontroleerd op 13 oktober 2026
Bron: officiële spelregels van Mattel
Dit heb je nodig
- 108 speelkaarten: 96 cijferkaarten (1 tot en met 12 in rood, blauw, geel en groen, 24 per kleur), 8 Wild-kaarten en 4 Skip-kaarten
- 2 overzichtskaarten met de 10 fases (samen 110 kaarten in de doos)
- pen en papier voor de fases en de strafpunten
Phase 10 is een kaartspel van Mattel voor 2 tot 6 spelers dat lijkt op jokeren en rummy, maar met een vaste opdracht per ronde. De regels van Phase 10 draaien om 10 fases die je moet afwerken, van twee setjes van drie tot een set van vijf plus een set van drie. Haal je je fase in een ronde niet, dan probeer je dezelfde fase de volgende ronde opnieuw terwijl anderen doorschuiven. Wie als eerste fase 10 heeft uitgelegd, wint.
De regels van Phase 10 in het kort
- Iedereen krijgt 10 kaarten. Elke beurt pak je 1 kaart en leg je 1 kaart af.
- In ronde 1 probeert iedereen fase 1 uit te leggen. Lukt dat, dan ga je de volgende ronde door naar fase 2.
- Je mag per ronde maar één fase uitleggen, en altijd in volgorde van 1 tot 10.
- Ligt je fase op tafel, dan mag je losse kaarten aanleggen bij elke uitgelegde fase.
- De ronde stopt als iemand zijn laatste kaart kwijt is. Kaarten in je hand zijn strafpunten.
- Wie het eerst fase 10 haalt, wint. Bij gelijkspel wint de laagste puntenstand.
Doel van het spel
Leg als eerste alle 10 fases uit, in de vaste volgorde. Halen meerdere spelers fase 10 in dezelfde ronde, dan wint degene met de minste strafpunten.
Voorbereiding
- Kies een deler. Leg de 2 overzichtskaarten met de 10 fases zo neer dat iedereen ze kan zien.
- De deler schudt de 108 speelkaarten en geeft iedereen 10 kaarten, dicht.
- Houd je kaarten in je hand zodat niemand ze ziet.
- Leg de rest dicht in het midden als trekstapel.
- Draai de bovenste kaart van de trekstapel om en leg hem ernaast. Dat is het begin van de aflegstapel.
- Zet op papier de namen van de spelers, met ruimte voor de fase waar iemand mee bezig is en zijn puntentotaal.
Hoe speel je Phase 10? Een beurt in stappen
De speler links van de deler begint. Daarna gaat het met de klok mee.
- Pak één kaartJe kiest: de bovenste kaart van de trekstapel of de bovenste kaart van de aflegstapel. Een Skip-kaart mag je nooit van de aflegstapel pakken.
- Leg je fase uit als hij compleet isHeb je alle kaarten voor je fase in je hand, dan leg je ze open op tafel. Je moet de hele fase in één keer hebben; een halve fase uitleggen mag niet.
- Leg meteen extra kaarten erbijJe mag meer uitleggen dan het minimum, zolang de extra kaarten direct bij je eigen fase passen. Leg je drie 5'en en drie 7's uit voor fase 1 en heb je nog twee 5'en, dan mogen die er in dezelfde beurt bij.
- Leg aan bij anderenZodra je eigen fase ligt, mag je in je beurt losse kaarten aanleggen bij elke fase op tafel, die van jezelf en die van anderen. Een 4 bij een set 4'en, een 2 of een 7 bij een reeks 3, 4, 5, 6, een groene kaart bij zeven groene kaarten. Een Wild mag overal bij.
- Leg één kaart afJe sluit je beurt af door één kaart open op de aflegstapel te leggen. Leg je een Skip af, dan wijs je de speler aan die een beurt moet overslaan.
- Ga uitNa het uitleggen van je fase probeer je zo snel mogelijk van al je kaarten af te komen, door aan te leggen en af te leggen. Wie als eerste geen kaarten meer heeft, wint de ronde.
Phase 10 kaarten: Wild en Skip
Er zijn twee soorten speciale kaarten. Ze zijn krachtig, maar ook duur als je ermee blijft zitten.
| Kaart | Aantal | Wat gebeurt er |
|---|---|---|
| Wild | 8 | Joker. Vervangt elk getal of telt als elke kleur. Je mag er zoveel gebruiken als je wilt, zolang er in je fase minstens één gewone kaart ligt. Een uitgelegde Wild blijft liggen tot het eind van de ronde en mag niet worden omgeruild voor de echte kaart. |
| Skip | 4 | Leg hem af in je beurt en kies een speler die zijn volgende beurt overslaat. Hoort nooit in een fase en mag niet van de aflegstapel gepakt worden. Je mag dezelfde speler niet twee beurten achter elkaar laten overslaan: wie is overgeslagen, speelt eerst een gewone beurt voordat hij opnieuw een Skip kan krijgen. |
| Wild als startkaart | Draait de deler een Wild als eerste kaart van de aflegstapel, dan mag de eerste speler hem gewoon pakken. | |
| Skip als startkaart | Draait de deler een Skip als eerste kaart, dan slaat de eerste speler automatisch zijn eerste beurt over. |
Puntentelling bij Phase 10
Een ronde eindigt zodra één speler zijn laatste kaart kwijt is. Iedereen die in die ronde zijn fase heeft uitgelegd, gaat de volgende ronde door naar de volgende fase, ook als hij de ronde niet won. Wie zijn fase niet op tafel kreeg, probeert dezelfde fase opnieuw. Daarna worden de strafpunten genoteerd, schuift het delen naar links en worden alle kaarten opnieuw geschud. Het spel is afgelopen na de ronde waarin iemand fase 10 uitlegt. Zijn dat er meer dan één, dan wint de speler met het laagste puntentotaal. Is ook dat gelijk, dan spelen die spelers fase 10 nog een keer en wint degene die het eerst uitgaat.
Punten zijn in Phase 10 strafpunten. De winnaar van de ronde krijgt er 0. Alle anderen tellen de kaarten die ze nog in hun hand hebben; kaarten die al op tafel liggen tellen niet mee. De punten lopen het hele spel door en dienen alleen om een winnaar aan te wijzen als meerdere spelers tegelijk fase 10 halen.
| Kaart in je hand | Strafpunten per kaart |
|---|---|
| 1 tot en met 9 | 5 |
| 10, 11 en 12 | 10 |
| Skip | 15 |
| Wild | 25 |
Phase 10: fases en scoreblad: gratis printen of online invullen
De 10 fases van Phase 10
Een set is een groepje kaarten met hetzelfde getal; de kleur maakt niet uit. Twee sets in één fase mogen hetzelfde getal hebben, dus fase 1 kan ook uit zes 10'en bestaan. Een reeks is een rij opeenvolgende getallen, bijvoorbeeld 3, 4, 5, 6, ook weer in willekeurige kleuren. Bij één kleur moeten alle kaarten dezelfde kleur hebben; de getallen doen er dan niet toe.
| Fase | Wat je moet uitleggen | Aantal kaarten |
|---|---|---|
| 1 | 2 sets van 3 | 6 |
| 2 | 1 set van 3 en 1 reeks van 4 | 7 |
| 3 | 1 set van 4 en 1 reeks van 4 | 8 |
| 4 | 1 reeks van 7 | 7 |
| 5 | 1 reeks van 8 | 8 |
| 6 | 1 reeks van 9 | 9 |
| 7 | 2 sets van 4 | 8 |
| 8 | 7 kaarten van één kleur | 7 |
| 9 | 1 set van 5 en 1 set van 2 | 7 |
| 10 | 1 set van 5 en 1 set van 3 | 8 |
Zo houd je de stand bij
Maak op papier per speler twee kolommen: de fase waar hij aan toe is en zijn strafpunten. Zet na elke ronde een vinkje bij iedereen die zijn fase heeft uitgelegd en tel de handkaarten van de rest op. Omdat spelers uit elkaar gaan lopen, is het handig om aan het begin van elke ronde hardop te zeggen wie met welke fase bezig is.
Ruzie aan tafel: wat mag wel en wat niet?
De vragen waar het bij Phase 10 het vaakst over gaat. Bij elk antwoord staat of het zo in de regels staat of dat het een huisregel is.
Moet je de ronde winnen om naar de volgende fase te mogen?
Nee. Je fase telt zodra je hem uitlegt. Wie daarna niet als eerste uitgaat, krijgt wel strafpunten voor zijn handkaarten, maar gaat gewoon door naar de volgende fase.
Mag je twee fases in één ronde uitleggen?
Nee, per ronde mag je maar één fase maken. Leg je voor fase 4 een reeks van 9 kaarten neer, dan telt dat alleen als fase 4 en niet ook voor fase 5 of 6.
Mag je een uitgelegde Wild omruilen voor de echte kaart?
Nee. Een Wild die in een fase ligt, blijft daar tot het eind van de ronde als de kaart die hij voorstelt. Je kunt hem dus niet terugpakken om ergens anders te gebruiken.
Mag je aanleggen als je eigen fase nog niet ligt?
Nee. Aanleggen mag pas als je eigen fase op tafel ligt, en alleen in je eigen beurt. Daarna mag het bij je eigen kaarten en bij die van anderen.
Mag een fase uit alleen maar Wild-kaarten bestaan?
Nee. Je mag zoveel Wild-kaarten gebruiken als je wilt, maar er moet minstens één gewone kaart bij liggen.
Mag je een Skip-kaart oppakken van de aflegstapel?
Nee, nooit. Ligt er een Skip bovenop, dan moet je van de trekstapel pakken. Een Skip die je zelf trekt, mag je meteen afleggen of bewaren voor later.
Moet je laatste kaart een aflegkaart zijn?
Nee. Volgens het regelboekje ga je uit door je resterende kaarten aan te leggen, door je laatste kaart af te leggen, of met een combinatie van die twee. Je mag dus ook uitgaan door je laatste kaart aan te leggen. Veel groepen spelen het strenger; spreek dat dan vooraf af.
Veelgemaakte fouten
- Een set uitleggen en de reeks later willen aanvullen. De hele fase moet in één keer uit je hand komen.
- Bij fase 1 een derde set uitleggen omdat je toevallig nog drie 10'en hebt. De fase vraagt precies twee sets; extra kaarten mogen alleen bij de sets die er al liggen.
- Iedereen dezelfde fase laten spelen. Wie zijn fase niet haalde, blijft achter en speelt de volgende ronde een andere fase dan de rest.
- Uitgelegde kaarten meetellen bij de strafpunten. Alleen wat je nog in je hand hebt, telt.
- Een Skip in een set of reeks stoppen. De Skip dient alleen om iemand een beurt te laten overslaan.
Varianten en huisregels
Tien rondes (officieel)
Je speelt precies 10 rondes en iedereen schuift elke ronde door naar de volgende fase, of hij de vorige nu haalde of niet. Na ronde 10 wint de speler met de minste strafpunten.
Minder fases (officieel)
Spreek vooraf af hoeveel fases je moet halen om te winnen, bijvoorbeeld 5 of 7. Verder blijven de regels gelijk. Goed voor een korter spel.
Alleen de even fases (afspraak)
Een bekende manier om de variant met minder fases in te vullen: speel alleen fase 2, 4, 6, 8 en 10. In het regelboekje uit 2018 staat deze invulling niet apart genoemd.
Uitgaan met een aflegkaart (huisregel)
Sommige groepen eisen dat je laatste kaart op de aflegstapel gaat. Het regelboekje vraagt dat niet: uitgaan door aan te leggen mag ook. Leg het dus vast voordat je begint.
Phase 10 met 2 personen
Phase 10 is volgens de doos speelbaar vanaf 2 spelers en het regelboekje geeft daarvoor geen aparte regels. Alles gaat dus hetzelfde: ieder 10 kaarten, om de beurt pakken en afleggen. Een Skip treft met zijn tweeën altijd de ander, waardoor je in feite twee beurten achter elkaar speelt. Twee keer achter elkaar mag dat niet: na een Skip speelt je tegenstander eerst een gewone beurt voordat je hem opnieuw mag overslaan.
Tips die uit de regels volgen
- Een Wild in je hand kost 25 strafpunten en een Skip 15. Ziet het ernaar uit dat iemand uitgaat en lukt je fase niet meer, raak dan eerst de dure kaarten kwijt.
- Let op wat de speler na jou van de aflegstapel pakt. Daaraan zie je welke getallen of welke kleur hij spaart, en die leg je dan niet meer af.
- Bewaar een Skip voor de speler die zijn fase al heeft uitgelegd en nog maar een paar kaarten heeft.
- Bij de reeksen van fase 4, 5 en 6 zijn de middelste getallen het meest waard. Een 6 of 7 past in veel meer reeksen dan een 1 of een 12.
Handig aan tafel
Wie begint?
Vul het aantal spelers in, of de namen met komma's ertussen.
Puntenteller
Voeg de spelers toe en tel per ronde de punten op. De stand blijft op dit apparaat bewaard.
Veelgestelde vragen over Phase 10
Wat zijn de regels van Phase 10?
Iedereen krijgt 10 kaarten, pakt elke beurt 1 kaart en legt er 1 af. Je moet 10 fases uitleggen, in vaste volgorde en maximaal één per ronde. Haal je je fase niet, dan probeer je dezelfde fase de volgende ronde opnieuw. Wie als eerste fase 10 heeft uitgelegd, wint.
Hoe speel je Phase 10?
In je beurt pak je 1 kaart en leg je 1 kaart af. Heb je de kaarten voor je fase, dan leg je die uit; daarna mag je in je eigen beurt losse kaarten aanleggen bij elke uitgelegde fase. De ronde stopt als iemand zijn laatste kaart kwijt is.
Wat zijn de 10 fases van Phase 10?
Er zijn 10 fases, die je in vaste volgorde afwerkt. Fase 1 is 2 sets van 3, fase 4 een reeks van 7, fase 8 bestaat uit 7 kaarten van één kleur en fase 10 is 1 set van 5 en 1 set van 3. Een set is een groepje kaarten met hetzelfde getal, een reeks een rij opeenvolgende getallen.
Hoe werkt de puntentelling bij Phase 10?
Punten zijn strafpunten. De winnaar van de ronde krijgt er 0, de anderen tellen de kaarten in hun hand: 5 punten voor een 1 tot en met 9, 10 voor een 10, 11 of 12, 15 voor een Skip en 25 voor een Wild. De punten beslissen alleen als meerdere spelers tegelijk fase 10 halen: dan wint het laagste totaal.
Hoeveel kaarten heeft Phase 10?
Phase 10 heeft 108 speelkaarten: 96 cijferkaarten, 8 Wild-kaarten en 4 Skip-kaarten. Met de 2 overzichtskaarten zitten er 110 kaarten in de doos. Iedere speler krijgt 10 kaarten.
Bronnen en controle
Deze uitleg is in eigen woorden geschreven op basis van de officiële spelregels. Wijkt jullie editie af, dan gaat het regelboek uit de doos voor.
- Phase 10 Instructions (Mattel, instructieblad W4729-0970) · geraadpleegd op 11 oktober 2026 · Engelstalig regelboekje, copyright 2018 Mattel, met Mattel Europa in Amstelveen in het colofon. 7+, 2-6 spelers, 110 kaarten (108 speelkaarten en 2 overzichtskaarten).
Geschreven met hulp van AI en daarna regel voor regel naast de bron gelegd. Zo werken we. Klopt er iets niet? Meld het ons, dan passen we het aan.