Spelregels Biljart
Carambole: met je eigen bal de twee andere raken
Door Redactie Spelregelwijzer · gecontroleerd op 13 oktober 2026
Bron: officieel reglement (Spel- en Arbitragereglement (SAR), KNBB Vereniging Carambole)
Dit heb je nodig
- 1 carambolebiljart zonder zakken: speelvlak 2,30 x 1,15 m (klein) of 2,845 x 1,4225 m (groot)
- 3 ballen van 61 tot 62 mm: een witte, een gele (of een tweede witte met een merkteken) en een rode
- een keu per speler en biljartkrijt
- een scorebord of een telblad voor caramboles en beurten
De regels van biljart zijn in de kern heel kort: je stoot je eigen bal zo dat hij de twee andere ballen raakt. Lukt dat, dan heb je een carambole, krijg je één punt en mag je doorspelen. Mis je, dan is de ander aan de beurt. Met biljart wordt in Nederland meestal carambolebiljart bedoeld: drie ballen op een tafel zonder zakken. Deze pagina volgt het Spel- en Arbitragereglement van de KNBB en neemt libre als basis, de spelsoort met de minste beperkingen. Pool, met genummerde ballen en zes zakken, is een ander spel; zie poolbiljart.
Biljart regels in het kort
- Twee spelers, drie ballen, een tafel zonder zakken.
- Een carambole is: je speelbal raakt in één stoot de beide andere ballen. Dat is 1 punt.
- Na een geldige carambole stoot je door; na een misser of een fout is de ander aan de beurt.
- De beginstoot gaat altijd rechtstreeks op de rode bal.
- Bij libre mag alles, behalve blijven scoren met de twee andere ballen in dezelfde hoek.
- Wie het eerst zijn afgesproken aantal caramboles heeft, wint; de speler die niet begon, krijgt nog een gelijkmakende beurt.
Doel van het spel
Als eerste het aantal caramboles maken dat voor jou is afgesproken: je partijlengte. Dat aantal hoeft niet voor beide spelers gelijk te zijn. In wedstrijden hangt het af van je moyenne, zodat een beginner ook van een betere speler kan winnen.
Baan en materiaal
- Het speelvlak tussen de banden is 2,30 bij 1,15 meter op een klein biljart en 2,845 bij 1,4225 meter op een groot biljart (de matchtafel). De KNBB laat als klein biljart ook 2,20 bij 1,10 meter en 2,10 bij 1,05 meter toe. Het biljart is 75 tot 80 cm hoog, gemeten tot de bovenkant van de omlijsting.
- Er liggen drie ballen op tafel, elk 61 tot 62 mm in doorsnee en 205 tot 220 gram zwaar: een rode en twee speelballen. Dat zijn twee witte, waarvan één met een merkteken, of een witte en een gele.
- Op de denkbeeldige lijn over het midden van de tafel, in de lengte, liggen drie vaste punten die het reglement acquits noemt: het bovenacquit, het middenacquit en het benedenacquit. Samen verdelen ze die lijn in vier gelijke stukken. Links en rechts van het benedenacquit liggen nog twee acquits, op 15 cm afstand op een klein biljart en op 18,25 cm op een groot.
- Bepaal wie begint. In wedstrijden gaat dat met de keuzetrekstoot: de rode ligt op het bovenacquit, beide spelers stoten tegelijk hun bal vanaf de afstootlijn naar de bovenband en terug. Wiens bal het dichtst bij de benedenband stil komt te liggen, mag zeggen wie de beginstoot krijgt. Thuis of in het café spreek je het gewoon af.
- Wie begint, speelt de hele partij met de witte bal zonder merkteken. De ander speelt met de gemerkte of de gele bal.
- Leg de beginpositie neer: de rode op het bovenacquit, de bal van de tegenstander op het benedenacquit en de speelbal op het acquit rechts daarvan. De beginner mag ook het linkeracquit kiezen.
- Spreek af tot hoeveel caramboles ieder speelt en of er een maximum aantal beurten geldt.
Zo verloopt het spel
Je blijft aan tafel zolang je geldige caramboles maakt. Een rij caramboles achter elkaar in één beurt heet een serie.
- De beginstoot gaat op roodVanuit de beginpositie moet je speelbal eerst rechtstreeks de rode bal raken. Via een band langs de rode naar de andere bal spelen mag bij deze stoot niet. Dat geldt elke keer dat de ballen opnieuw in de beginpositie worden gelegd, dus ook later in de partij.
- Maak een caramboleJe brengt je speelbal met één stoot van de pomerans (het leren dopje op de keu) in beweging, en hij moet beide andere ballen raken. Bij libre is de route vrij: rechtstreeks van de ene bal naar de andere, of onderweg via een of meer banden. Na de beginstoot maakt het niet uit welke van de twee je eerst raakt.
- Wacht tot alles stilligtDe carambole is pas geldig als alle ballen stilliggen en je geen fout hebt gemaakt. Stoot dus niet opnieuw zolang er nog een bal rolt of op zijn plek ligt te tollen.
- Stoot doorElke geldige carambole telt voor één punt en je mag meteen verder, vanaf de plek waar de ballen zijn blijven liggen. Je speelt de hele partij met dezelfde bal.
- Gemist of een fout: de ander is aan de beurtRaak je niet beide ballen, of maak je een fout, dan is je beurt voorbij. De caramboles die je in deze beurt al had, blijven staan. De ballen blijven liggen waar ze terechtkwamen en de tegenstander gaat van daaruit verder met zijn eigen speelbal.
- Let op de hoekenIn elke hoek van de tafel is een driehoek afgetekend. Liggen de twee ballen waarop je speelt allebei in dezelfde driehoek, dan mag je nog één carambole maken terwijl ze daar blijven. Bij de carambole daarna moet minstens één van de twee de driehoek uit. Hij mag er wel weer in terugrollen.
- De laatste caramboleHeb je je partijlengte bereikt, dan stopt je beurt. Was jij de speler die de partij begon, dan krijgt de ander nog één beurt vanuit de beginpositie om gelijk te komen.
Fouten en wat ze kosten
Voor alle fouten geldt hetzelfde: de carambole van die stoot telt niet en je beurt is voorbij. Strafpunten bestaan niet. De namen zijn die uit het reglement van de KNBB; een scheidsrechter zegt het woord en telt je daarmee af.
| Fout | Wat is het | Gevolg |
|---|---|---|
| Uitgesprongen bal | Een bal vliegt van tafel of raakt de houten omlijsting. | Beurt voorbij. Bij libre gaan alle ballen terug naar de beginpositie. |
| Touché | Je raakt een bal op een andere manier dan met één stoot van de pomerans: met je hand, je mouw, de zijkant van de keu, of twee keer achter elkaar. | Beurt voorbij. De ballen blijven liggen. |
| Biljardé | De pomerans is nog in contact met je speelbal op het moment dat die een andere bal of de band raakt. Dat is het altijd als je recht op een bal stoot waar je speelbal tegenaan ligt. | Beurt voorbij. |
| Voeten los | Op het moment van stoten raakt geen van je voeten de vloer. | Beurt voorbij. |
| Verkeerde bal | Je stoot met de bal van je tegenstander of met de rode. | Beurt voorbij vanaf het moment dat het wordt opgemerkt. Caramboles die je daarvoor al met die bal maakte, blijven staan. |
| Bewegende ballen | Je stoot terwijl een bal van de vorige stoot nog rolt of tolt. | De carambole van die vorige stoot wordt ongeldig en je beurt is voorbij. |
| Merkteken | Je legt of tekent iets op de omlijsting, de band of het laken om op te mikken, bijvoorbeeld een krijtje. | Beurt voorbij. |
| Indirect touché | Je laat met opzet een bal bewegen zonder hem aan te raken: tegen het biljart stoten, blazen of het laken optrekken. | Beurt voorbij. |
| Te lang in de hoek (libre) | Je maakt een tweede carambole terwijl beide ballen in dezelfde hoek zijn gebleven. | Die carambole telt niet en je beurt is voorbij. |
Puntentelling bij Biljart
De partij is afgelopen als een speler zijn partijlengte heeft bereikt. Begon die speler de partij, dan volgt eerst de gelijkmakende beurt van de ander, vanuit de beginpositie. Haalt de ander in die beurt ook zijn aantal, dan is het gelijkspel. Wordt er met een maximum aantal beurten gespeeld en is niemand op tijd uit, dan wint wie het grootste deel van zijn eigen aantal caramboles heeft gemaakt.
Elke carambole is één punt, in elke spelsoort. Op het telblad staat per beurt hoeveel caramboles je maakte, plus het aantal beurten. Daaruit volgt je moyenne: het aantal caramboles gedeeld door het aantal beurten. Het reglement kapt dat getal af op drie decimalen; er wordt dus niet afgerond. In de persoonlijke kampioenschappen van de KNBB levert een gewonnen partij 2 partijpunten op, een gelijkspel 1 en een verloren partij 0.
| Begrip | Betekenis |
|---|---|
| Carambole | Je speelbal raakt beide andere ballen: 1 punt. |
| Serie | De caramboles die je in één beurt achter elkaar maakt. |
| Partijlengte | Het aantal caramboles dat jij moet maken om uit te zijn. |
| Moyenne | Caramboles gedeeld door beurten, afgekapt op drie decimalen. |
| Gelijkmakende beurt | De laatste beurt van de speler die niet begon, vanuit de beginpositie. |
De hoeken bij libre
Zonder beperking zou een goede speler de ballen in een hoek klem kunnen zetten en daar eindeloos caramboles tikken. Daarom is in elke hoek een driehoek getekend, in het reglement de verboden zone. Hoe groot die is, hangt af van de tafel en van de klasse waarin je speelt.
Een bal ligt in de hoek als het punt waarop hij op het laken rust binnen de lijn ligt. Ligt hij precies op de lijn, dan telt hij ook als in de hoek. Het gaat alleen om de twee ballen waarop je speelt; waar je eigen speelbal ligt, doet er niet toe.
| Spelsoort | Hoek gemeten vanaf het hoekpunt |
|---|---|
| Libre op klein biljart | 17 cm langs beide banden |
| Libre klein, grote hoek (overgangsklasse en topklasse) | 28,75 cm langs de korte band en 57,5 cm langs de lange band |
| Libre op groot biljart | 35,5 cm langs de korte band en 71 cm langs de lange band |
Bandstoten en driebanden: wat is er anders
De tafel, de ballen, de beginstoot, de fouten en de telling zijn in alle spelsoorten gelijk. Het verschil zit in de eis die aan een geldige carambole wordt gesteld.
Bandstoten
Je speelbal moet minstens één band hebben geraakt voordat hij de tweede van de twee andere ballen raakt. Je mag dus eerst een band spelen en dan beide ballen, of eerst een bal, dan een band en dan de andere bal. Raakt je speelbal de band en die laatste bal precies tegelijk, dan telt de carambole niet. Wie zonder band scoort, wordt afgeteld met 'geen band'. Hoeken zoals bij libre zijn er niet.
Driebanden
Je speelbal moet minstens drie keer een band hebben geraakt voordat hij de tweede bal raakt. Dat mag drie keer dezelfde band zijn. Hier wordt na een uitgesprongen bal niet alles opnieuw opgezet: alleen de bal die van tafel ging, wordt teruggelegd op een acquit. Ligt je speelbal tegen een andere bal aan, dan mag je die twee ballen op de acquits laten leggen: de rode op het bovenacquit, je speelbal op het benedenacquit en de andere bal op het middenacquit.
Kader
Het laken is met lijnen in vakken verdeeld. Liggen de twee ballen waarop je speelt in hetzelfde vak, dan mag je daar maar een beperkt aantal caramboles maken voordat een van de twee het vak uit moet. Het is de regel van de libre-hoek, toegepast op de hele tafel.
Als je speelbal tegen een andere bal ligt
Blijft je speelbal tegen een andere bal aan liggen, dan ligt hij 'vast'. Recht op die bal stoten is altijd biljardé. Bij libre op een klein biljart met de kleine hoek heb je drie mogelijkheden.
Bij libre met de grote hoek en bij libre op een groot biljart is er geen keuze: de ballen gaan altijd terug naar de beginpositie.
- Alle ballen in de beginpositie laten leggen en van daaruit verder spelen, eerst op rood.
- Wegspelen van de bal waar je tegenaan ligt: op de andere bal, of via een band waar je speelbal niet tegenaan ligt.
- Je speelbal losmaken met een kopstoot (massé of piqué).
Discussie aan het biljart: wat mag wel en wat niet?
De vragen waar het bij Biljart het vaakst over gaat. Bij elk antwoord staat of het zo in de regels staat of dat het een huisregel is.
Moet je altijd eerst de rode bal raken?
Nee, alleen bij een stoot vanuit de beginpositie. Dat is de eerste stoot van de partij, de gelijkmakende beurt en elke keer dat de ballen opnieuw in de beginpositie worden gelegd, zoals bij libre na een uitgesprongen bal. Daarna mag je bij libre, bandstoten en driebanden zelf kiezen welke bal je eerst raakt.
Mag je in de hoek één of twee caramboles maken?
Volgens het reglement één. Liggen beide ballen in dezelfde hoek, dan mag je één carambole maken zonder dat er een bal uit gaat; bij de volgende moet minstens één bal de driehoek uit. Het beknopte spelregelboekje van de KNBB spreekt van twee caramboles. Het reglement vergelijkt de hoek met tweestootskader, waar de stoot waarmee de ballen in het vak komen als eerste telt; zo gelezen is het dezelfde regel, anders geteld. Deze pagina volgt het reglement.
Je speelbal ligt tegen een andere bal. Mag je er recht op stoten?
Nee, dat is biljardé en je beurt is voorbij. Bij libre op een klein biljart met de kleine hoek speel je van die bal weg, maak je je speelbal los met een kopstoot of laat je de ballen opnieuw opzetten. Bij libre met de grote hoek en op een groot biljart gaan de ballen altijd terug naar de beginpositie.
Iemand heeft drie caramboles gemaakt met de verkeerde bal. Tellen die?
Ja, tot het moment dat het wordt opgemerkt. Vanaf dan is de beurt voorbij, maar wat al geteld was, blijft staan. Let dus zelf op met welke bal de ander speelt en zeg het meteen.
Een bal vliegt van tafel maar je had wel beide ballen geraakt. Punt?
Nee. Een uitgesprongen bal is een fout, dus de carambole telt niet en je beurt is voorbij. Bij libre worden alle ballen opnieuw in de beginpositie gelegd.
Krijgt de tweede speler altijd nog een beurt als de ander uit is?
Alleen als de speler die de partij begon als eerste uit is. De ander heeft dan één beurt minder gehad en mag die inhalen, vanuit de beginpositie. Is de speler die niet begon als eerste uit, dan hebben beiden evenveel beurten gehad en is de partij meteen voorbij. Een toernooi kan in zijn eigen reglement bepalen dat de gelijkmakende beurt vervalt.
Veelgemaakte fouten
- Bij de beginstoot via de band langs de rode spelen. De eerste bal die je raakt, moet de rode zijn.
- Te snel doorstoten. Ligt een bal nog te tollen, dan ben je de carambole van de vorige stoot kwijt.
- Met je mouw of de zijkant van de keu een bal aantikken bij het aanleggen. Dat is touché, ook als de bal nauwelijks beweegt.
- De gelijkmakende beurt vergeten als de beginner uit is.
- Het moyenne afronden. Het reglement kapt af: 4,6897 wordt 4,689 en niet 4,690.
- Denken dat een carambole via de band extra punten oplevert. Elke carambole is één punt, hoe hij ook tot stand komt.
Varianten en huisregels
Bandstoten (officieel)
Minstens één band voordat je speelbal de tweede bal raakt. Geen hoeken.
Driebanden (officieel)
Minstens drie keer een band voordat je speelbal de tweede bal raakt. Naast libre de spelsoort die de meeste aandacht krijgt.
Kader (officieel)
Libre met een tafel die in vakken is verdeeld. De KNBB kent onder meer kader 38/2 en 57/2 op het kleine biljart en ankerkader 47/2 en 71/2 op het grote. Het eerste getal is, afgerond, de afstand van de lijnen tot de band in centimeters.
Tien over rood (gezelligheidsspel)
Voor een groep, uit het spelletjesboek van de KNBB. Iedereen speelt met dezelfde speelbal en moet steeds eerst de rode raken. Wie het afgesproken aantal caramboles heeft, meestal 10 of 15, stapt uit. Wie als laatste overblijft, verliest.
Pool en snooker
Dat zijn geen varianten van carambole maar andere spellen, op een tafel met zakken. De regels van 8-ball staan bij poolbiljart.
Biljart met 2 personen of met een groep
Carambolebiljart is een spel voor twee: ieder een eigen speelbal en om de beurt aan tafel. Ben je met meer, speel dan om beurten een korte partij of kies een groepsspel als tien over rood, waarbij iedereen met dezelfde bal speelt.
Tips die uit de regels volgen
- Houd de ballen bij elkaar. Je stoot door vanaf de plek waar ze blijven liggen, en het spelregelboekje van de KNBB raadt aan ze zo dicht mogelijk bij elkaar te houden, het liefst in de buurt van de korte band.
- Liggen de ballen in de hoek, dan hoeft er maar één de driehoek uit en mag hij er weer in terugrollen. Een bal die net over de lijn gaat en terugkomt, is genoeg om door te mogen.
Handig erbij
Wie begint?
Vul het aantal spelers in, of de namen met komma's ertussen.
Veelgestelde vragen over Biljart
Wat zijn de regels van biljart?
Je stoot je eigen bal zo dat hij de twee andere ballen raakt. Dat heet een carambole en is één punt waard. Zolang je scoort, blijf je aan de beurt; wie het eerst zijn afgesproken aantal caramboles heeft, wint. De beginstoot gaat altijd op de rode bal en bij libre mag je niet blijven scoren met de ballen in dezelfde hoek.
Bronnen en controle
Deze uitleg is in eigen woorden geschreven op basis van het officiële reglement. Wijkt jullie editie af, dan gaat het regelboek uit de doos voor.
- Spel- en Arbitragereglement (SAR), KNBB Vereniging Carambole · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Seizoen 2026-2027, versie 23-06-2026. Hoofdstuk 2 (materialen), 3 (spelregels voor alle spelsoorten) en 4 (libre, bandstoten, driebanden, kader), plus artikel 5.6 over fouten. De tekeningen in Aanhangsel A zijn niet als tekst te lezen.
- Wedstrijdreglement Persoonlijke Kampioenschappen (WRPK), KNBB Vereniging Carambole · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Seizoen 2026-2027, versie 23-06-2026. Artikel 1.3 (partijpunten) en Aanhangsel C (intervaltabel libre: partijlengte per moyenne).
- Spelregels beknopt (KNBB) · geraadpleegd op 13 oktober 2026 · Ongedateerd boekje met korte uitleg van libre, bandstoten, driebanden, kader en tien over rood. Noemt deels oudere tafelmaten; voor maten en regels is het SAR gevolgd.
Geschreven met hulp van AI en daarna regel voor regel naast de bron gelegd. Zo werken we. Klopt er iets niet? Meld het ons, dan passen we het aan.