Naar de inhoud
Spelregelwijzer Zoek een spel

Spelregels Pesten

De gangbare regels en de huisregels waar het over gaat

Door Redactie Spelregelwijzer · gecontroleerd op 13 oktober 2026
Bron: geen officiële versie; gangbaarste variant volgens 4 bronnen

Spelers: 2-6 spelers Speelduur: 10-20 min

Dit heb je nodig

  • een pak van 52 speelkaarten met de jokers erbij
  • bij een grote groep een tweede pak

Pesten is een kaartspel waarbij je om de beurt een kaart aflegt die in kleur of waarde past op de vorige. De regels van pesten draaien om één doel: wie het eerst al zijn kaarten kwijt is, wint. Een handvol kaarten, de pestkaarten, laat je buurman kaarten pakken, een beurt overslaan of van richting wisselen. Er bestaat geen officiële versie: de regels verschillen per streek en per gezin, dus spreek ze af voordat je deelt.

Pesten regels in het kort

  • Iedereen krijgt evenveel kaarten, meestal 7.
  • Leg een kaart af met dezelfde kleur of dezelfde waarde als de bovenste kaart.
  • Kun je niet, dan pak je een kaart van de trekstapel.
  • 2 en joker laten de volgende speler pakken, 7 geeft een extra beurt, 8 slaat iemand over, aas draait de richting om, boer kiest een kleur.
  • Heb je nog één kaart, klop dan of zeg 'laatste kaart'.
  • Wie het eerst geen kaarten meer heeft, wint.

Print het spiekbriefje (1 A4)

Doel van het spel

Als eerste al je kaarten kwijtraken. Punten zijn er niet: een potje heeft één winnaar en daarna deel je opnieuw.

Voorbereiding

  1. Neem een pak van 52 kaarten en laat de jokers erin zitten. Met een grote groep kun je een tweede pak erdoor schudden.
  2. Spreek af welke kaarten pestkaarten zijn en wat ze doen. De tabel hieronder geeft de verdeling die het meest gespeeld wordt.
  3. Schud en geef iedere speler evenveel kaarten. Zeven is het gebruikelijke aantal.
  4. Leg de rest gedekt in het midden. Dat is de trekstapel.
  5. De speler die begint draait de bovenste kaart van de trekstapel om en legt die ernaast. Dat is het begin van de aflegstapel.
Trekstapel Aflegstapel
Elke speler begint met 7 kaarten; in het midden: trekstapel, aflegstapel.

Hoe speel je Pesten? Een beurt in stappen

Je speelt om de beurt, gewoonlijk met de klok mee. Een aas kan die richting omdraaien.

  1. Leg een passende kaart afJe kaart moet dezelfde kleur (harten, ruiten, klaveren, schoppen) of dezelfde waarde hebben als de bovenste kaart van de aflegstapel. Op harten 6 mag dus elke harten en elke 6.
  2. Kun je niet? Pak een kaartHeb je niets dat past, dan neem je één kaart van de trekstapel. Of je die kaart meteen mag opleggen als hij past, verschilt per groep. Spreek dat vooraf af.
  3. Voer de pestkaart uitLegt iemand een pestkaart, dan geldt het effect direct: de volgende speler pakt kaarten, slaat over, of de richting draait om.
  4. Meld je laatste kaartZodra je nog één kaart in je hand hebt, klop je op tafel of zeg je 'laatste kaart'. Vergeet je dat, dan pak je strafkaarten. Meestal zijn dat er twee, in sommige groepen vijf. Kloppen terwijl je nog twee of meer kaarten hebt, kost dezelfde straf.
  5. Trekstapel opIs de trekstapel leeg, laat dan de bovenste kaart van de aflegstapel liggen, schud de rest en leg die neer als nieuwe trekstapel.

Pestkaarten bij pesten: wat doet elke kaart

Dit is de verdeling die je het vaakst tegenkomt. De 3, 4, 6, 9 en vrouw zijn in de meeste groepen gewone kaarten. Over de 5, 10 en heer lees je meer bij de varianten.

KaartBijnaamWat gebeurt er
2Twee pakkenDe volgende speler pakt 2 kaarten van de trekstapel.
7Zeven klevenJe mag nog een kaart opleggen. Die moet passen: dezelfde kleur of nog een 7. Kun je niet, dan pak je een kaart.
8Acht wachtDe volgende speler slaat een beurt over.
BoerKleur kiezenJe noemt de kleur waarmee verder gespeeld wordt.
AasAas draaiDe speelrichting keert om.
JokerVijf pakkenMag op elke kaart. De volgende speler pakt 5 kaarten.

Einde en puntentelling

Het potje is afgelopen zodra iemand zijn laatste kaart heeft afgelegd. Die speler wint. In veel groepen mag die laatste kaart geen pestkaart zijn; zie de discussiepunten hieronder.

Pesten kent geen puntentelling. Elk potje heeft één winnaar: de speler die als eerste door zijn kaarten heen is. Het enige rekenwerk zit in de optelregel. Speel je daarmee, dan mag je op een pakkaart (2 of joker) zelf ook een pakkaart leggen. De straf schuift dan door naar de volgende speler en de aantallen worden bij elkaar opgeteld.

Rekenvoorbeeld optellenAnna legt een joker: 5 kaarten. Bram legt er een 2 op: 5 + 2 = 7. Chris heeft geen 2 en geen joker en pakt 7 kaarten. Andere reeks: Anna legt een 2, Bram ook een 2, Chris ook een 2. Dat is 2 + 2 + 2 = 6 kaarten voor Dana als zij geen pakkaart heeft. Twee jokers achter elkaar kosten de volgende speler 5 + 5 = 10 kaarten.

Leeg scoreblok: gratis printen of online invullen

Spreek dit af voor je begint

Omdat iedereen pesten net anders heeft geleerd, ontstaat de ruzie meestal halverwege het potje. Loop deze punten langs voordat de kaarten gedeeld zijn.

  • Welke kaarten zijn pestkaarten en wat doen ze?
  • Mag je optellen: een 2 op een 2, een joker op een joker, een 2 op een joker?
  • Mag je uitgaan met een pestkaart, en zo niet, hoeveel strafkaarten kost dat?
  • Mag je een gepakte kaart die past meteen opleggen?
  • Mag de boer op elke kaart of alleen de boer van de kleur die geldt?
  • Hoeveel strafkaarten staan er op het vergeten van 'laatste kaart'?

Ruzie aan tafel: wat mag wel en wat niet?

De vragen waar het bij Pesten het vaakst over gaat. Bij elk antwoord staat of het zo in de regels staat of dat het een huisregel is.

Huisregel

Mag je uitgaan met een pestkaart?

Dat hangt af van wat je afspreekt. In veel groepen mag het niet en pak je strafkaarten als je het toch doet: de ene groep rekent er 2, de andere 5. Andere groepen staan het gewoon toe. Ook wat als pestkaart telt verschilt: soms alleen de joker, soms 2, 8, boer en joker.

Huisregel

Mag je een 2 op een 2 leggen, of een 2 op een joker?

Meestal wel. De optelregel wordt in de meeste groepen gespeeld: de straf schuift door en wordt opgeteld. Sommige groepen staan een 2 op een joker (en andersom) niet toe, en er zijn groepen waar je altijd moet pakken.

Huisregel

Mag de boer op elke kaart?

Daar zijn twee scholen. In de strengere versie mag alleen de boer van de kleur die op dat moment geldt en moet je een andere kleur kiezen dan die kleur. In de soepele versie, die je veel bij kinderen ziet, mag de boer altijd en mag je ook dezelfde kleur houden.

Huisregel

Mag je een kaart die je net gepakt hebt meteen opleggen?

In sommige groepen wel, in andere niet. Een veelgebruikte afspraak: past de eerste kaart die je pakt, dan mag je hem afleggen. Moest je pakken door een 2 of joker, dan mag dat alleen als die eerste kaart zelf een 2 of joker is.

Huisregel

Wie kiest de kleur na een joker?

Na een joker ligt er geen gewone kaart bovenop. Bij de ene groep noemt de speler van de joker een kleur, bij de andere bepaalt de speler die ná de pakker komt de kleur door een kaart naar keuze te leggen.

Huisregel

Wat doet de aas als je met zijn tweeën speelt?

Niets: met twee spelers is er maar één volgorde. Veel tweetallen spelen daarom 'aas nog een keer', waarbij je na een aas nog een kaart mag opleggen.

Veelgemaakte fouten

  • Beginnen zonder de pestkaarten af te spreken. Iedereen kent een andere versie, dus dat loopt vast bij de eerste 7 of 10.
  • Vergeten te kloppen of 'laatste kaart' te zeggen. Dat kost strafkaarten, ook als je daarna had kunnen uitgaan.
  • Kloppen terwijl je nog twee kaarten hebt. Een valse klop wordt net zo bestraft.
  • Bij een lege trekstapel de hele aflegstapel schudden. De bovenste kaart blijft liggen, anders weet niemand meer waarop gespeeld wordt.
  • Na een 7 een willekeurige kaart opleggen. De extra kaart moet gewoon passen op de 7.

Varianten en huisregels

Heer als pestkaart (huisregel)

Sommige groepen laten de heer de richting omdraaien ('heer keer') in plaats van de aas. Andere geven de heer de rol van de 7: je mag nog een kaart opleggen. Meestal krijgt in één spel maar één kaart elke functie.

Tien wasmachine (huisregel)

Bij een 10 geeft iedereen zijn kaarten door aan de volgende speler. In een mildere versie schuift iedereen één gedekte kaart door. Een derde versie: de volgende speler moet zijn kaarten laten zien.

Vijf (huisregel)

Na een 5 moet de volgende speler een vrouw leggen en anders kaarten pakken tot hij er een heeft. Die regel kan de hele trekstapel leegtrekken en wordt daarom vaak weggelaten of vervangen door 'vijf blijf': je mag na een 5 nog een kaart opleggen.

Zeven alles geven (huisregel)

In plaats van één extra kaart mag je na een 7 al je kaarten van die kleur in één keer afleggen.

Keren op pakken (huisregel)

Moet je pakken door een 2 of joker, dan mag je een keerkaart leggen. De richting draait om en de straf gaat terug naar de speler die de pestkaart legde.

Inbreken (huisregel)

Heb je eenzelfde kaart als de kaart die net is gelegd, dan mag je hem buiten je beurt opleggen, mits je sneller bent dan de speler die aan de beurt is. Daarna gaat het spel verder bij de speler na jou.

Pesten met 2 personen

Pesten kan prima met zijn tweeën. Let op twee kaarten. De 8 slaat je tegenstander over, dus je bent meteen weer zelf aan de beurt. De aas doet niets, want er valt geen richting te draaien; veel tweetallen maken er daarom 'aas nog een keer' van.

Tips die uit de regels volgen

  • Mag je niet uitgaan met een pestkaart, speel die dan op tijd weg en houd een gewone kaart over als laatste.
  • Bewaar een 2 of joker als je met optellen speelt: daarmee schuif je een straf door in plaats van hem zelf te pakken.
  • Kies met de boer de kleur waarvan je zelf de meeste kaarten hebt. Moet je in jullie versie een andere kleur kiezen, speel de boer dan niet als je daarna met één kaart van de oude kleur overblijft.

Handig aan tafel

Wie begint?

Vul het aantal spelers in, of de namen met komma's ertussen.

Veelgestelde vragen over Pesten

Wat zijn de regels van pesten?

Iedereen krijgt evenveel kaarten, meestal 7. Om de beurt leg je een kaart af met dezelfde kleur of dezelfde waarde als de bovenste kaart; kun je niet, dan pak je een kaart van de trekstapel. Wie het eerst geen kaarten meer heeft, wint. Een officiële versie bestaat niet, dus spreek de pestkaarten en de huisregels af voordat je deelt.

Wat zijn de pestkaarten bij pesten?

In de verdeling die je het vaakst tegenkomt zijn de 2, 7, 8, boer, aas en joker de pestkaarten. Bij een 2 pakt de volgende speler 2 kaarten en bij een joker 5. Na een 7 mag je nog een kaart opleggen, de 8 laat de volgende speler een beurt overslaan, de aas keert de speelrichting om en met de boer noem je de kleur waarmee verder gespeeld wordt.

Hoeveel kaarten krijg je bij pesten?

Iedere speler krijgt evenveel kaarten; zeven is het gebruikelijke aantal. Je speelt met een pak van 52 kaarten met de jokers erbij. Met een grote groep kun je een tweede pak erdoor schudden.

Hoe speel je pesten?

Schud een pak van 52 kaarten met de jokers, geef iedereen evenveel kaarten en draai de bovenste kaart van de trekstapel om als begin van de aflegstapel. Daarna leg je om de beurt een passende kaart af, of je pakt een kaart als je niet kunt. Heb je nog één kaart, klop dan of zeg 'laatste kaart'.

Bronnen en controle

Van Pesten bestaat geen officiële versie: de regels verschillen per streek en per groep. We beschrijven de variant die in onze bronnen het vaakst terugkomt en zetten bekende afwijkingen onder de huisregels.

Geschreven met hulp van AI en daarna regel voor regel naast de bron gelegd. Zo werken we. Klopt er iets niet? Meld het ons, dan passen we het aan.

Verder spelen

Vergelijkbare spellen

Alle kaartspellen