Spelregels Eenendertigen (31-en)
Drie kaarten, één kleur, zo dicht mogelijk bij 31
Door Redactie Spelregelwijzer · gecontroleerd op 13 oktober 2026
Bron: geen officiële versie; gangbaarste variant volgens 2 bronnen
Dit heb je nodig
- 32 kaarten: van elke kleur de 7 tot en met de aas
- per speler een dobbelsteen, fiches of lucifers om de levens bij te houden
De regels van eenendertigen, ook geschreven als 31en, komen hierop neer: je hebt drie kaarten in je hand en probeert in één kleur zo veel mogelijk punten te verzamelen. Het maximum is 31: een aas met twee kaarten van tien punten. Je verbetert je hand door kaarten te ruilen met drie open kaarten op tafel. Wie aan het eind van een ronde het laagst zit, verliest een leven. De regels liggen niet vast en verschillen per streek en zelfs per familie, dus spreek de details af voor je deelt.
Eenendertigen (31-en) regels in het kort
- Je speelt met 32 kaarten: 7, 8, 9, 10, boer, vrouw, heer en aas.
- Iedereen krijgt 3 kaarten en er liggen 3 kaarten open in het midden.
- In je beurt ruil je één kaart met het midden, of je past.
- Alleen kaarten van dezelfde kleur tel je bij elkaar op. Aas is 11, plaatjes en de 10 zijn 10.
- Drie kaarten van dezelfde waarde zijn 30½ punten.
- De laagste hand verliest een leven. Wie als laatste overblijft, wint.
Doel van het spel
Zorg dat je aan het eind van de ronde niet de laagste hand hebt. Het mooiste is precies 31 punten in één kleur, want daarmee stopt de ronde meteen. Over meerdere rondes win je door als laatste speler nog levens over te hebben.
Voorbereiding
- Haal de kaarten 2 tot en met 6 en de jokers uit een gewoon kaartspel. Je houdt 32 kaarten over.
- Geef iedere speler evenveel levens. Vaak begint iedereen met vier punten; wie met dobbelstenen telt, legt zijn dobbelsteen op de zes.
- De gever schudt en deelt iedere speler drie kaarten, gesloten.
- Leg drie kaarten open in het midden van de tafel. Dat is de pot.
- De speler links van de gever begint. Er wordt met de klok mee gespeeld.
Zo gaat een beurt
Je bent om de beurt aan zet. In je beurt kies je één van de mogelijkheden hieronder.
- Ruil één kaartLeg één kaart uit je hand open in het midden en neem er één kaart van de pot voor terug. Er liggen dus altijd drie kaarten op tafel en je hebt er altijd drie in je hand.
- Of ruil alle drieIn veel groepen mag je ook je hele hand omwisselen met de drie kaarten op tafel. Twee kaarten ruilen kan niet: het is er één of alle drie. In de Nederlandse speelwijze die naslagsite Pagat beschrijft, ben je na een ruil van alle drie meteen klaar en mag je daarna niet meer wisselen.
- Of pasDenk je dat je hand goed genoeg is, dan zeg je 'pas'. Je ruilt dan niet meer. Nadat iemand gepast heeft, mag iedereen nog één keer ruilen. Daarna gaan de kaarten open.
- Meld 31 directHeb je precies 31, dan stop je het spel. Er wordt dan niet meer geruild en alle handen gaan op tafel. Sommige groepen spelen dat dit pas na de eerste rondgang mag, of alleen als je zelf aan de beurt bent. Een andere afspraak: valt de 31 al in de eerste rondgang, dan krijgt iedereen die nog niet aan de beurt is geweest nog één beurt.
- Vergelijk de handenIedereen telt zijn beste kleur. De speler met de laagste score verliest een leven. Hebben meerdere spelers samen de laagste score, dan verliezen ze allemaal een leven.
Kaartwaarden en combinaties bij eenendertigen
Je telt alleen kaarten van één kleur (harten, ruiten, klaveren of schoppen). Van de vier kleuren geldt je hoogste totaal.
| Kaart of combinatie | Waarde |
|---|---|
| Aas | 11 |
| Heer, vrouw, boer | 10 |
| 10 | 10 |
| 9, 8, 7 | 9, 8 en 7 |
| Aas plus twee kaarten van 10 in dezelfde kleur | 31, de ronde stopt direct |
| Drie kaarten van dezelfde waarde in drie kleuren | 30½ |
Einde en puntentelling
Een ronde eindigt zodra iemand 31 meldt, of nadat iemand gepast heeft en de anderen hun laatste ruil hebben gehad. De laagste hand levert een leven in. Wie zijn laatste leven kwijt is, krijgt nog één kans: die speler 'zit op de kip' (ook wel de bok of de schopstoel genoemd) en ligt er pas uit als hij daarna nog een keer verliest. Alleen de eerste speler zonder levens krijgt die kans: er is maar één kip per spel. Raken meerdere spelers tegelijk hun laatste leven kwijt, dan krijgt volgens één beschrijving niemand de kip. Het spel is afgelopen als er nog één speler over is. Die wint.
Punten schrijf je niet op. Je vergelijkt per ronde alleen de handen en houdt de levens bij met een dobbelsteen, fiches of lucifers. De volgorde van handen is: 31 is het hoogst, dan 30½ voor drie gelijke kaarten, daarna 30 en zo verder naar beneden. Eén losse kaart telt ook: wie drie verschillende kleuren vasthoudt, heeft de waarde van zijn hoogste kaart. Speel je zonder levens, dan wint per ronde gewoon de hoogste hand.
De start: wat mag de gever?
Over het begin van een ronde bestaan twee bekende afspraken. In de ene mag de speler die na de gever aan de beurt is, als eerste kiezen of hij zijn drie kaarten omwisselt met de pot of houdt wat hij heeft.
In de andere legt de gever de drie middelste kaarten eerst gesloten neer. Hij bekijkt zijn eigen hand en mag dan blind kiezen voor het stapeltje in het midden. De hand die hij niet wil, gaat open op tafel en vormt de pot.
Wie 31 gedeeld krijgt, meldt dat volgens de Nederlandse speelwijze meteen, ook buiten zijn beurt. De anderen krijgen dan elk nog één beurt.
Ruzie aan tafel: wat mag wel en wat niet?
De vragen waar het bij Eenendertigen (31-en) het vaakst over gaat. Bij elk antwoord staat of het zo in de regels staat of dat het een huisregel is.
Hoeveel is drie azen waard?
In de Nederlandse speelwijze 30½, net als elke andere drie gelijke kaarten. In sommige varianten zijn drie azen juist de hoogste hand: de ronde is dan direct afgelopen en alle andere spelers verliezen een leven. In de Duitse versie (Schwimmen) telt dat als 32 punten.
Mag je twee kaarten tegelijk ruilen?
Nee. Je ruilt één kaart of, waar dat gespeeld wordt, alle drie. Twee ruilen en er één houden bestaat niet.
Wat als er alleen 7, 8 en 9 op tafel ligt?
Sommige groepen noemen dat 'vuile was': de drie kaarten gaan weg en er komen drie nieuwe uit de stapel. Dat is een variant en geen vaste regel. Zonder die afspraak blijft de pot liggen.
Stopt het spel meteen als iemand past?
Nee. Na een pas krijgt iedereen nog één keer de kans om te ruilen. Alleen bij 31 is het direct afgelopen. Er bestaat ook een speelwijze waarin spelers één voor één passen en het ruilen doorgaat tot er nog twee over zijn. Past één van die twee, dan mag de ander nog één keer ruilen.
Wie verliest er bij een gelijke laagste score?
Allemaal. Zitten twee spelers samen het laagst, dan leveren ze allebei een leven in.
Met hoeveel levens begin je?
Dat is een afspraak. Vier punten komt veel voor. Wie met dobbelstenen telt, begint op zes en draait de dobbelsteen een oog lager bij elk verlies.
Veelgemaakte fouten
- Kaarten van verschillende kleuren bij elkaar optellen. Harten aas en schoppen heer zijn samen geen 21, maar 11.
- Met een heel kaartspel spelen. De 2 tot en met 6 doen niet mee.
- Na 31 nog doorruilen. Zodra iemand 31 meldt, gaan de handen open, tenzij je de uitzondering voor de eerste rondgang hebt afgesproken.
- Denken dat drie gelijke kaarten 31 verslaan. Drie gelijke is 30½ en zit daar net onder.
- Ruilen en in dezelfde beurt passen. Passen doe je in plaats van ruilen, aan het begin van je beurt.
Varianten en huisregels
Drie azen winnen alles
Bekende variant: drie azen is de hoogste hand. De speler legt ze direct op tafel, de ronde is voorbij en alle anderen verliezen een leven.
Vuile was
Variant: ligt er 7, 8 en 9 in de pot, dan worden die drie kaarten vervangen door drie nieuwe.
Mystery card
Variant: naast de drie open kaarten ligt een vierde kaart gesloten. In je beurt mag je ook met die onbekende kaart ruilen.
Schwimmen
De Duitse versie. Passen zonder te stoppen mag daar, en als iedereen achter elkaar past komen er drie nieuwe kaarten op tafel. Drie azen heten daar vuur en tellen als 32.
Vlaams eenendertigen
Een ander spel onder dezelfde naam, verwant aan blackjack: iedereen krijgt één eigen kaart en er komen gemeenschappelijke kaarten op tafel. Je probeert samen zo dicht mogelijk bij 31 te komen zonder eroverheen te gaan.
Eenendertigen (31-en) met 2 personen
Eenendertigen kan met twee spelers en speelt dan precies hetzelfde. Wie het laagst zit verliest een leven, en bij een gelijke score verliezen beiden er één. Na een pas van de één krijgt de ander nog één ruil.
Tips die uit de regels volgen
- Let op wat anderen weggooien en oppakken. Wie een harten neemt en een schoppen weglegt, spaart harten: laat daar geen harten aas voor liggen.
- Pas vroeg met een redelijke hand als de pot weinig biedt. De anderen hebben dan nog maar één ruil om jou voorbij te gaan.
- Je hoeft niet te winnen, alleen niet de laagste te zijn. Een middelmatige hand is genoeg zolang iemand anders lager zit.
Handig aan tafel
Wie begint?
Vul het aantal spelers in, of de namen met komma's ertussen.
Veelgestelde vragen over Eenendertigen (31-en)
Wat zijn de regels van eenendertigen (31en)?
Je speelt met 32 kaarten. Iedereen krijgt 3 kaarten en er liggen 3 kaarten open in het midden; in je beurt ruil je één kaart met het midden, of je past. Je telt alleen kaarten van dezelfde kleur bij elkaar op: de aas is 11, plaatjes en de 10 zijn 10, en 31 is het hoogst. De laagste hand verliest een leven en wie als laatste overblijft, wint.
Bronnen en controle
Van Eenendertigen (31-en) bestaat geen officiële versie: de regels verschillen per streek en per groep. We beschrijven de variant die in onze bronnen het vaakst terugkomt en zetten bekende afwijkingen onder de huisregels.
- Eenendertigen, Wikipedia · geraadpleegd op 11 oktober 2026 · Kaartwaarden, ruilen, passen, 30½, levens, vuile was en de Vlaamse variant.
- Schwimmen (31) met de sectie 'Dutch 31', Pagat.com (John McLeod) · geraadpleegd op 11 oktober 2026 · Aantal spelers, 32 kaarten, de keuze van de gever, de Nederlandse speelwijze met dobbelstenen en de kip.
Geschreven met hulp van AI en daarna regel voor regel naast de bron gelegd. Zo werken we. Klopt er iets niet? Meld het ons, dan passen we het aan.