Tafelvoetbal: spelregels in het kort
Spelers: 2-4 spelers Speelduur: 10-30 min
In het kort
- Eén tegen één of twee tegen twee, ieder team aan een eigen kant van de tafel.
- De aftrap is bij het middelste poppetje van de 5-stang, nadat de tegenstander 'klaar' heeft gezegd.
- Een stang meer dan 360 graden draaien voor of na het raken van de bal is verboden.
- Je mag de bal maar kort vasthouden: 10 seconden op de 5-stang, 15 op de andere stangen.
- Een bal die in het doel komt en er weer uit stuitert, is een goal.
- Wie een goal tegen krijgt, trapt daarna af.
Baan en materiaal
- 1 voetbaltafel met per team vier stangen: keeper, 2-stang, 5-stang en 3-stang
- een paar balletjes
- een munt voor de toss
- tellers op de tafel of pen en papier
Spelverloop
- Leg de bal neer
- Vraag of de ander klaar is
- Tik de bal over
- Speel binnen de tijd
- Pas en schiet
- Goal: noteer en trap af
Einde
Een game is afgelopen als een team het afgesproken aantal goals heeft gemaakt. Tussen twee games is er hooguit 90 seconden pauze. Vraagt een van de teams na de eerste game om van kant te wisselen, dan moet dat, en dan wissel je daarna na elke game. Wie het afgesproken aantal games heeft gewonnen, wint de wedstrijd.
Voor je begint
- Zet de tafel waterpas. Elk team bedient vier stangen: de keeperstang en de 2-stang (verdediging), de 5-stang (middenveld) en de 3-stang (aanval). Voor de tijdsregels tellen keeper en 2-stang samen als één geheel.
- Speel je met z'n tweeën per team, dan neemt de ene speler de keeperstang en de 2-stang en de andere de 5-stang en de 3-stang.
- Spreek af tot hoeveel goals een game gaat en hoeveel games je speelt. Het ITSF-reglement van 2016 gaat uit van games tot 5 punten en een wedstrijd om drie gewonnen games (best of 5), tenzij de toernooileiding iets anders bepaalt.
- Tos met een munt. De winnaar kiest: de eerste aftrap of de kant van de tafel. De verliezer krijgt het andere.
- Kies de balletjes waarmee je speelt. Voor de eerste aftrap mag je even inspelen en de tafel testen.
Wat gebeurt er als...
| Situatie | Gevolg |
|---|---|
| Schot of pass met een stang die meer dan 360 graden draait | Bal naar de 5-stang van de tegenstander. |
| Bal blijft liggen tussen de twee 5-stangen, buiten ieders bereik | Opnieuw aftrappen door het team dat het laatst een goal tegen kreeg. |
| Bal blijft liggen achter een 5-stang, buiten bereik | Verder spelen vanaf de dichtstbijzijnde keeper- of 2-stang. |
| Bal vliegt van tafel | Bal naar de keeper- of 2-stang van het team dat hem er niet uit schoot. |
| Te lang balbezit op de 5-stang of bij de keeper | Bal naar de 5-stang van de tegenstander. |
| Te lang balbezit op de 3-stang | Bal naar de keeper- of 2-stang van de tegenstander. |
| Hand in de tafel terwijl de bal in het spel is | Strafschot, of zelfs een punt voor de ander als je daarmee een goal voorkomt. |
| Rammen of schudden waardoor de ander de bal kwijtraakt | De ander mag herstarten of krijgt de bal op de 5-stang. Vanaf de derde keer in een wedstrijd een strafschot. |
Puntentelling
| Onderdeel | Standaard volgens het ITSF-reglement van 2016 |
|---|---|
| Punten per game | 5 |
| Games per wedstrijd | best of 5: wie er 3 wint |
| Beslissende vijfde game | tot 5 met 2 punten verschil, maximaal tot 8 |
| Time-outs | 2 per team per game, elk 30 seconden |
Spelregelwijzer: samenvatting in eigen woorden door Redactie Spelregelwijzer, gecontroleerd op 13 oktober 2026. Bron: ITSF Standard Matchplay Rules, versie 2.0. Dit is niet het officiële regelboek. Bij twijfel gaan de regels van de uitgever of de bond voor.