Schaken: spelregels in het kort
Spelers: 2 spelers Speelduur: 10-60 min
In het kort
- Wit begint, daarna doe je om de beurt precies één zet. Een beurt overslaan kan niet.
- Je slaat een stuk door op zijn veld te gaan staan. Het geslagen stuk gaat van het bord.
- Staat je koning schaak, dan moet je dat direct opheffen.
- Schaakmat is winst: de koning staat schaak en er is geen geldige zet meer.
- Pat is remise: je staat niet schaak, maar je kunt geen enkele geldige zet doen.
- Een pion die de overkant haalt, wordt een dame, toren, loper of paard.
Dit heb je nodig
- een schaakbord van 8 bij 8, dus 64 velden
- 16 witte stukken: 1 koning, 1 dame, 2 torens, 2 lopers, 2 paarden en 8 pionnen
- 16 zwarte stukken in dezelfde samenstelling
- eventueel een schaakklok
Een beurt
- Kies een stuk en een veld
- Slaan
- Let op je eigen koning
- Schaak
- Loslaten is gezet
- Beurt voorbij
Einde
De partij is gewonnen bij schaakmat of als de tegenstander opgeeft. Remise wordt het bij pat, als de spelers het samen afspreken, als er te weinig stukken over zijn om nog mat te kunnen zetten (bijvoorbeeld koning en paard tegen koning), als dezelfde stelling drie keer is voorgekomen met dezelfde speler aan zet, of als er vijftig zetten lang door beide spelers geen pion is verzet en niets is geslagen. Die laatste twee gelden pas als een speler er een beroep op doet.
Hoe de stukken bewegen
| Stuk | Aantal per speler | Zet | Waarde |
|---|---|---|---|
| Koning | 1 | Eén veld in elke richting. Mag nooit naar een aangevallen veld, dus ook niet naast de andere koning. | onbetaalbaar |
| Dame | 1 | Recht en schuin, zo ver als de weg vrij is. | 9 |
| Toren | 2 | Recht vooruit, achteruit of opzij, zo ver als de weg vrij is. | 5 |
| Loper | 2 | Schuin, zo ver als de weg vrij is. Blijft de hele partij op velden van één kleur. | 3 |
| Paard | 2 | Een veld recht en een veld schuin verder, in een L-vorm. Springt als enige over stukken heen. | 3 |
| Pion | 8 | Eén veld recht vooruit, vanaf zijn beginveld ook twee. Slaat één veld schuin vooruit. Gaat nooit achteruit. | 1 |
Puntentelling
| Stuk | Waarde in punten |
|---|---|
| Dame | 9 |
| Toren | 5 |
| Loper | 3 |
| Paard | 3 |
| Pion | 1 |
De vragen op een rij
Wat zijn de regels van schaken?
Wit begint en daarna doe je om de beurt precies één zet. Je slaat een stuk door op zijn veld te gaan staan, en staat je koning schaak, dan moet je dat direct opheffen. Schaakmat is winst, pat is remise. Daarnaast zijn er drie bijzondere zetten: de rokade, promotie en en passant slaan.
Wat is en passant bij schaken?
En passant betekent 'in het voorbijgaan' en is een manier van slaan die alleen tussen pionnen kan. Zet je tegenstander een pion vanaf zijn beginveld twee velden vooruit en komt die direct naast jouw pion te staan, dan mag jij hem slaan alsof hij maar één veld was opgeschoven. Dat moet in de zet direct erna, anders is het recht vervallen.
Hoe werkt de rokade bij schaken?
De rokade is één zet met koning en toren: de koning gaat vanaf zijn beginveld twee velden opzij richting een toren, en die toren springt over de koning heen naar het veld er direct naast. Het mag alleen als koning en toren nog niet gezet hebben en er geen stuk tussen staat. De koning mag daarbij niet schaak staan en niet over of naar een aangevallen veld gaan.
Spelregelwijzer: samenvatting in eigen woorden door Redactie Spelregelwijzer, gecontroleerd op 13 oktober 2026. Bron: Spelregelboek Schaken (KNSB). Dit is niet het officiële regelboek. Bij twijfel gaan de regels van de uitgever of de bond voor.