Clever (Ganz schön clever): spelregels in het kort
Spelers: 1-4 spelers Leeftijd: 8+ jaar Speelduur: 30 min
In het kort
- De actieve speler gooit maximaal 3 keer en kiest na elke worp 1 dobbelsteen.
- Alle dobbelstenen die lager zijn dan de gekozen steen gaan naar het dienblad.
- De andere spelers kiezen daarna elk 1 dobbelsteen van het dienblad.
- Elke kleur heeft een eigen vak met eigen regels en eigen punten.
- Bonussen geven gratis kruisjes, getallen, extra acties of een vos.
- Elke vos is zoveel punten waard als je zwakste kleur.
Dit heb je nodig
- 6 dobbelstenen in zes kleuren: wit, geel, blauw, groen, oranje en paars
- 1 scoreblok
- een stift of pen per speler (het regelboek noemt 4 stiften)
- het dienblad, dat in de doos is gedrukt
Een beurt
- Eerste worp
- Lagere dobbelstenen naar het dienblad
- Tweede en derde worp
- Geen dobbelstenen meer over
- De passieve spelers kiezen
- Extra dobbelsteen inzetten
Einde
Het spel eindigt als in de laatste ronde de laatste actieve speler klaar is en de passieve spelers hun dobbelsteen van het dienblad hebben ingevuld. Iedereen mag daarna nog overgebleven acties Extra dobbelsteen gebruiken. Ongebruikte acties Opnieuw gooien vervallen. Dan worden de punten per kleur en de vossen geteld. De hoogste totaalscore wint. Bij een gelijke stand wint wie de hoogste score in één kleurvak heeft. Is dat ook gelijk, dan zijn er meerdere winnaars.
Voorbereiding
- Geef elke speler een scoreblad en iets om mee te schrijven.
- Zet de doos met het dienblad in het midden van de tafel.
- Kies een startspeler en geef die de 6 dobbelstenen.
- Spreek het aantal rondes af volgens de regels: 4 rondes met 4 spelers, 5 rondes met 3 spelers en 6 rondes met 1 of 2 spelers.
- Aan het begin van elke ronde streept iedereen het rondenummer op zijn blad door en neemt wat eronder staat: in ronde 1 en 3 een actie Opnieuw gooien, in ronde 2 een actie Extra dobbelsteen, in ronde 4 een bonus naar keuze.
De vijf kleurvakken en de witte dobbelsteen
| Kleur | Hoe vul je in | Punten aan het eind |
|---|---|---|
| Wit | Kleurjoker: telt als geel, groen, oranje of paars. Voor blauw tel je wit en blauw bij elkaar op. | Geen eigen vak |
| Geel | Kruis het gegooide getal aan. Elk getal staat er twee keer, per dobbelsteen kruis je er één aan. | Elke volle kolom: 10, 14, 16 of 20 punten |
| Blauw | Tel de blauwe en de witte dobbelsteen op en kruis die som (2 tot en met 12) aan. | Naar het aantal kruisjes: 1, 2, 4, 7, 11, 16, 22, 29, 37, 46 of 56 punten |
| Groen | Kruis het volgende vakje aan als je worp minstens zo hoog is als het getal in dat vakje. De eisen lopen van 1 tot 5 en daarna van 1 tot 6. | Het getal boven je laatste kruisje: 1, 3, 6, 10, 15, 21, 28, 36, 45, 55 of 66 |
| Oranje | Schrijf de worp in het volgende vakje. In de vakjes x2 en x3 schrijf je het dubbele of driedubbele op. | Alle getallen opgeteld |
| Paars | Schrijf de worp in het volgende vakje. Het getal moet hoger zijn dan het vorige. Na een 6 mag elk getal. | Alle getallen opgeteld |
Puntentelling
| Kruisjes | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Blauw | 1 | 2 | 4 | 7 | 11 | 16 | 22 | 29 | 37 | 46 | 56 |
| Groen | 1 | 3 | 6 | 10 | 15 | 21 | 28 | 36 | 45 | 55 | 66 |
Spelregelwijzer: samenvatting in eigen woorden door Redactie Spelregelwijzer, gecontroleerd op 13 oktober 2026. Bron: Spielanleitung Ganz schön clever (Schmidt Spiele, oorspronkelijke uitgever). Dit is niet het officiële regelboek. Bij twijfel gaan de regels van de uitgever of de bond voor.