Beverbende: spelregels in het kort
Spelers: 2-6 spelers Leeftijd: 6+ jaar Speelduur: 20 min
In het kort
- Ieder krijgt 4 dichte kaarten op een rij en bekijkt alleen de 2 buitenste.
- In je beurt pak je de bovenste kaart van de aflegstapel of van de trekstapel.
- Een getalkaart ruil je met een van je dichte kaarten, of je legt hem af.
- Speciale kaarten laten je ruilen, spieken of twee keer trekken.
- Denk je dat je laag zit? Klop en zeg 'laatste ronde'.
- Laagste totaal na alle ronden wint.
Dit heb je nodig
- 66 speelkaarten: 45 getalkaarten en 21 speciale kaarten
- 1 scoreblok (of pen en papier)
Een beurt
- Actie A: pak van de aflegstapel
- Actie B: trek van de trekstapel
- Getalkaart getrokken
- Speciale kaart getrokken
- Kloppen of doorgeven
- Trekstapel op
Einde
Een ronde eindigt nadat iemand heeft geklopt. Alle andere spelers komen dan nog precies één keer aan de beurt; de klopper zelf niet meer. Kloppen mag pas als iedereen minstens één beurt heeft gehad. Daarna draait iedereen zijn vier kaarten om en telt ze op. Na het afgesproken aantal ronden (evenveel als er spelers zijn, bij 2 spelers 4) wint de speler met het laagste totaal.
Voorbereiding
- Schud de 66 kaarten. Volgens de Nederlandse regels deelt de oudste speler.
- Geef iedereen 4 kaarten. Leg ze zonder te kijken dicht naast elkaar voor je neer.
- Leg de rest als dichte trekstapel in het midden. Draai de bovenste kaart om en leg hem ernaast: dat is het begin van de open aflegstapel.
- Iedereen bekijkt nu kort de twee buitenste kaarten van zijn eigen rij, onthoudt ze en legt ze weer dicht terug op dezelfde plek.
- Leg het scoreblok klaar. Je speelt net zoveel ronden als er spelers zijn; met 2 spelers speel je 4 ronden.
Speciale kaarten
| Kaart | Aantal | Wat mag je doen |
|---|---|---|
| Ruilen | 9 | Je ruilt een van je eigen dichte kaarten met een dichte kaart van een andere speler. Geen van beide kaarten mag bekeken worden. |
| Spieken | 7 | Je bekijkt één van je eigen vier dichte kaarten en legt hem dicht terug op zijn plek. |
| Twee keer trekken | 5 | Je trekt een kaart en gebruikt hem zoals bij actie B. Bevalt hij niet, dan leg je hem af en trek je nog één kaart. Die tweede kaart handel je af volgens actie B. |
Puntentelling
| Kaart | Aantal in het spel | Punten |
|---|---|---|
| 0 tot en met 8 | 4 van elk getal (36 kaarten) | de waarde van de kaart |
| 9 | 9 kaarten | 9 |
| Ruilen, Spieken, Twee keer trekken | 21 kaarten | geen waarde: vervangen door een getrokken getalkaart |
De vragen op een rij
Wat zijn de regels van Beverbende?
Ieder krijgt 4 dichte kaarten op een rij en bekijkt alleen de 2 buitenste. In je beurt pak je de bovenste kaart van de aflegstapel of van de trekstapel; een getalkaart ruil je met een van je dichte kaarten of je legt hem af, en met speciale kaarten mag je ruilen, spieken of twee keer trekken. Wie denkt laag te zitten, klopt. Na alle ronden wint het laagste totaal.
Hoe werkt het scoreblok van Beverbende?
Op het scoreblok uit de doos heeft elke speler een kolom met een regel per ronde en onderaan een vak voor de eindstand. Na elke ronde schrijf je het totaal van je vier kaarten op en aan het einde tel je alles bij elkaar op. Is het blok vol, dan werkt een vel papier net zo goed.
Spelregelwijzer: samenvatting in eigen woorden door Redactie Spelregelwijzer, gecontroleerd op 13 oktober 2026. Bron: Beverbende, Nederlandse spelregels (999 Games / Amigo). Dit is niet het officiële regelboek. Bij twijfel gaan de regels van de uitgever of de bond voor.