Naar de inhoud
Spelregelwijzer Zoek een spel

Dit is het spiekbriefje van 30 Seconds: een samenvatting van één pagina in onze eigen woorden. Het is niet het regelboek van de uitgever; de volledige uitleg met alle discussiepunten staat op de spelpagina.

Alle regels van 30 Seconds

Bewaren als pdf? Kies in het printvenster "Opslaan als pdf" als printer.

30 Seconds: spelregels in het kort

Spelers: 3-24 spelers Leeftijd: 12+ jaar Speelduur: 30 min

In het kort

  • Maak teams van minstens 2 spelers en zet elke pion op start.
  • Gooi vóór je beurt de dobbelsteen: 0, 1 of 2. Dat is je handicap.
  • Pak een kaartje, laat een ander team de zandloper omdraaien en omschrijf de 5 begrippen.
  • Tel de goed geraden begrippen, trek de worp eraf en zet je pion zoveel velden vooruit.
  • Het eerste team op de finish wint.

Dit heb je nodig

  • 240 kaarten met samen 2.400 begrippen (5 per kant)
  • speelbord met blauwe en gele velden
  • zandloper van 30 seconden
  • dobbelsteen met 0, 0, 1, 1, 2 en 2
  • 4 pionnen
  • kaartenhouder met een UIT-kant en een IN-kant

Een beurt

  1. Gooi de dobbelsteen
  2. Pak een kaartje
  3. Zandloper om
  4. Omschrijven en raden
  5. Pion verzetten
  6. Kaart terug

Einde

Het spel is afgelopen zodra een pion het veld FINISH bereikt. Dat team wint. Er zijn geen rondes en er is geen eindtelling; de stand lees je het hele spel af aan de pionnen op het bord.

Voorbereiding

  1. Verdeel de groep in teams van minimaal 2 spelers. Liever twee grote teams dan veel kleine: met zes spelers zijn twee teams van drie beter dan drie teams van twee.
  2. Elk team kiest een pion en zet die op START. Er zijn 4 pionnen, dus je speelt met hoogstens 4 teams.
  3. Zet de kaarten in de kaartenhouder en leg de zandloper en de dobbelsteen klaar.
  4. Alle teams gooien de dobbelsteen. Het team met de hoogste worp begint. Bij een gelijke hoogste worp gooien die teams opnieuw.
  5. Elk team spreekt af in welke volgorde de teamleden omschrijven. Die volgorde blijft het hele spel gelijk, zodat iedereen even vaak aan de beurt komt.
  6. Spreek af hoe streng je bent (zie de discussiepunten): is 'Mickey' genoeg voor 'Mickey Mouse', en telt een antwoord dat pas na de laatste zandkorrel wordt afgemaakt?

Wat mag de omschrijver wel en niet?

HandelingMag het?Toelichting
Zingen en neuriënJaJe mag een begrip op elke manier omschrijven, ook met een melodie.
Gebaren makenJaGebaren zijn toegestaan als onderdeel van je omschrijving.
Ergens naar wijzenNeeJe mag niets aanwijzen, ook niet als het begrip toevallig in de kamer staat.
Het begrip of een deel ervan zeggenNeeOok woorden die van het begrip zijn afgeleid mogen niet.
'Klinkt als' of 'rijmt op'NeeKlanktrucs zijn verboden.
Letters van het alfabet noemenNeeDe omschrijver mag niet naar letters verwijzen. De raders mogen dat wel, bijvoorbeeld bij een afkorting.
'En', 'de' en 'het' zeggenJaLidwoorden en 'en' die in het begrip voorkomen mag je gewoon gebruiken.
De kaart vooraf lezenNeeJe mag de begrippen pas bekijken als de zandloper loopt.

Puntentelling

GeradenWorp 0Worp 1Worp 2
55 vooruit4 vooruit3 vooruit
44 vooruit3 vooruit2 vooruit
33 vooruit2 vooruit1 vooruit
22 vooruit1 vooruitblijft staan
11 vooruitblijft staanblijft staan
0blijft staanblijft staanblijft staan

De vragen op een rij

Hoe werkt 30 Seconds?

Je speelt in teams. Eén teamlid omschrijft binnen 30 seconden de vijf begrippen op een kaartje zonder ze te noemen, de rest van het team raadt. Het aantal goede antwoorden min de vooraf gegooide dobbelsteen (0, 1 of 2) is het aantal velden dat je pion vooruit gaat. Wie het eerst op de finish staat, wint.

Mag je uitbeelden bij 30 Seconds?

Gebaren maken mag, net als zingen en neuriën. Wat niet mag is ergens naar wijzen, het begrip of een deel ervan zeggen, rijmen of 'klinkt als' gebruiken en letters noemen.

Spelregelwijzer: samenvatting in eigen woorden door Redactie Spelregelwijzer, gecontroleerd op 13 oktober 2026. Bron: 30 Seconds, productpagina met speluitleg (999 Games). Dit is niet het officiële regelboek. Bij twijfel gaan de regels van de uitgever of de bond voor.