Zweeds pesten: spelregels in het kort
Spelers: 2-5 spelers Speelduur: 10-20 min
In het kort
- Iedereen krijgt 9 kaarten: 3 dicht op tafel, 3 open daarbovenop en 3 in de hand.
- Leg een kaart die gelijk aan of hoger is dan de bovenste kaart van de stapel.
- Kun je niet, dan neem je de hele stapel in je hand.
- Vul je hand na elke beurt aan tot 3 kaarten zolang er een trekstapel is.
- 2 mag altijd, 10 ruimt de stapel op; in Nederland zijn 7 en 9 meestal ook speciaal.
- Wie als laatste nog kaarten heeft, verliest.
Dit heb je nodig
- een pak van 52 speelkaarten (zonder jokers)
Een beurt
- Leg een kaart of een setje
- Vul aan tot drie
- Kun je niet? Pak de stapel
- Open kaarten
- Dichte kaarten
Einde
Wie zijn laatste kaart geldig heeft gespeeld, doet niet meer mee. Is je laatste dichte kaart te laag, dan ben je nog niet klaar: je pakt de stapel en speelt verder. De anderen gaan door tot er één speler met kaarten over is. Die verliest en deelt de volgende ronde. In sommige groepen stopt het spel al bij de eerste speler die uit is; die is dan de winnaar.
Voorbereiding
- Schud een pak van 52 kaarten. De volgorde van laag naar hoog is 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, boer, vrouw, heer, aas. De 2 is een speciale kaart.
- Geef iedere speler 3 kaarten gedekt naast elkaar op tafel. Niemand mag ze bekijken, ook de eigenaar niet.
- Leg op elk van die kaarten 1 kaart open.
- Geef iedereen 3 kaarten in de hand. De rest vormt de gedekte trekstapel.
- Voor het spel begint mag je handkaarten ruilen met je eigen open kaarten, zoveel als je wilt. De meeste spelers leggen hun sterkste kaarten open neer en nemen de lage in de hand.
- Wie de klaveren 3 heeft, begint. Heeft niemand die, dan een andere 3, daarna een 4, enzovoort. Je hoeft die kaart niet als eerste te spelen.
Speciale kaarten bij Zweeds pesten
| Kaart | Wat gebeurt er | Waar gespeeld |
|---|---|---|
| 2 | Mag op elke kaart. Daarna mag elke kaart erop: de stapel begint als het ware opnieuw. | Overal |
| 10 | De hele aflegstapel gaat uit het spel. Wie de 10 legde, is nog een keer aan de beurt en begint een nieuwe stapel. | Overal |
| Vier gelijke | Liggen er vier kaarten van dezelfde waarde bovenop, in één keer gelegd of aangevuld door jou, dan gaat de stapel ook uit het spel en speel je nog een keer. | Internationale basisregels |
| 7 | De volgende kaart moet lager zijn dan 7. Veel groepen staan ook een 7 toe. | Nederlandse versie |
| 9 | Doorzichtig: de volgende speler speelt op de kaart die onder de 9 ligt. | Nederlandse versie |
De vragen op een rij
Wat zijn de regels van Zweeds pesten?
Iedereen krijgt 9 kaarten: 3 dicht op tafel, 3 open daarbovenop en 3 in de hand. Je legt steeds een kaart die gelijk aan of hoger is dan de bovenste kaart van de stapel; kun je niet, dan neem je de hele stapel in je hand. De 2 mag altijd en de 10 ruimt de stapel op. Wie als laatste nog kaarten heeft, verliest.
Spelregelwijzer: samenvatting in eigen woorden door Redactie Spelregelwijzer, gecontroleerd op 13 oktober 2026. Van dit spel bestaat geen officiële versie; de regels verschillen per groep. Dit is niet het officiële regelboek. Bij twijfel gaan de regels van de uitgever of de bond voor.