Darten (501): spelregels in het kort
Spelers: 2-8 spelers Speelduur: 10-30 min
In het kort
- Iedereen start op 501 en telt af naar 0.
- Een beurt is maximaal drie pijlen.
- Buitenste smalle ring is dubbel, binnenste smalle ring is triple.
- Je mag met elk vak beginnen, maar je moet uitgooien met een dubbel.
- De bull is 50 en telt bij het uitgooien als dubbel 25.
- Te veel gegooid of 1 over: je beurt telt niet en je staat weer op je oude score.
Baan en materiaal
- 1 dartbord met de indeling 1 tot en met 20 (wedstrijdbord: 451 mm doorsnee)
- 3 darts per speler
- een werplijn (oche) op 2,37 meter van het bord
- een scorebord, krijtbord of app om af te trekken
Spelverloop
- Ga achter de oche staan
- Gooi maximaal drie pijlen
- Laat de pijlen zitten
- Tel de drie pijlen op
- Trek af en schrijf op
- Haal je pijlen op
Einde
Een leg is afgelopen zodra iemand met een dubbel op precies 0 komt. Een gelijkspel bestaat in een leg niet. Hoeveel legs of sets je voor een wedstrijd moet winnen, staat niet vast in de regels: dat bepaalt het toernooi. Thuis spreek je meestal 'best of 3' of 'best of 5' legs af.
Voor je begint
- Hang het bord zo dat het midden van de bull 1,73 meter boven de vloer zit. De 20 hoort bovenaan.
- Markeer de werplijn op 2,37 meter, gemeten over de vloer vanaf een punt recht onder de voorkant van het bord. In wedstrijden ligt daar een verhoogde lat, de oche.
- Zorg voor goed licht op het bord en bescherming van muur en vloer. Er vallen altijd pijlen uit.
- Zet voor elke speler 501 op het scorebord.
- Bepaal wie begint door ieder één pijl op de bull te gooien. Wie het dichtst bij zit, begint de eerste leg. Daarna begin je om en om.
Situaties aan het bord
| Situatie | Wat gebeurt er |
|---|---|
| Pijl stuitert terug of valt uit het bord | Telt niet en mag niet opnieuw worden gegooid. |
| Je gooit meer dan je nog nodig hebt | Bust: de hele beurt telt niet, je staat weer op de score van vóór de beurt. |
| Je houdt precies 1 over | Ook bust. Met 1 kun je geen dubbel meer gooien. |
| Je komt op 0 zonder dubbel | Bust. De laatste pijl moet een dubbel of de bull zijn. |
| Je raakt je eigen pijl in het bord aan | Je beurt is afgelopen; wat er zit, wordt geteld. |
| Je gooit door nadat je al uit was | Die pijlen tellen niet. De leg was al voorbij. |
| Rekenfout op het scorebord | Mag hersteld worden tot de speler van die score opnieuw gooit. Daarna blijft hij staan. |
Puntentelling
| Waar de pijl zit | Punten |
|---|---|
| Breed vlak van een segment | het getal van het segment |
| Buitenste smalle ring (dubbel) | 2 x het getal |
| Binnenste smalle ring (triple) | 3 x het getal |
| Buitenste ring om het midden | 25 |
| Bull (het midden) | 50, telt als dubbel 25 |
| Buiten de dubbelring of naast het bord | 0 |
De vragen op een rij
Wat zijn de regels van darten?
Bij 501 start iedereen op 501 en telt af naar 0, met maximaal drie pijlen per beurt. Je mag met elk vak beginnen, maar je moet uitgooien met een dubbel; de bull is 50 en telt bij het uitgooien als dubbel 25. Gooi je te veel of houd je 1 over, dan telt je beurt niet en sta je weer op je oude score.
Hoe werkt de puntentelling bij darten?
Een pijl in het brede deel van een segment is het getal zelf waard. De smalle buitenste ring verdubbelt het getal, de smalle binnenste ring verdrievoudigt het. In het midden zit een buitenste ring van 25 punten en daarbinnen de bull van 50. De hoogste beurt is drie keer triple 20: 180.
Spelregelwijzer: samenvatting in eigen woorden door Redactie Spelregelwijzer, gecontroleerd op 13 oktober 2026. Bron: Algemeen Wedstrijdreglement (Nederlandse Darts Bond). Dit is niet het officiële regelboek. Bij twijfel gaan de regels van de uitgever of de bond voor.